Zwart tandzaad - Bidens frondosa

Frysk: Swarte foarkestekker

English: Beggar Ticks

Français: Bident à fruits noirs

Deutsch: Schwarzfrüchtiger Zweizahn

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Bidens komt van het Latijnse bis (twee) en dens (tand), verwijzend naar de vrucht. Frondosa betekent met veel bladen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Augustus en september.

Afmeting: 30-100 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


hasbrouck.asu.edu - cc by-nc 3.0


mam.ansp.org - cc by-nc 3.0

Stengels: De stengels zijn vaak bossig vertakt. Ze zijn slanker dan die van Veerdelig tandzaad. De stengel is vaak glanzend paars tot dieprood van kleur.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren: De bladen bestaan uit drie of vijf deelblaadjes, waarvan tenminste de onderste twee kort gesteeld zijn. De blad-as heeft geen vleugelrand, zodat de deelblaadjes aan de voet niet met elkaar verbonden zijn. De tanden van de bladrand zijn meestal meer lang dan breed.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen: Tweeslachtig. De rechtopstaande, gele bloemhoofdjes zijn 1-2 cm groot. De bloemen hebben vrijwel nooit lintbloemen. De buitenste omwindselbladen zijn korter dan de donkergekleurde binnenste omwindselbladen. Ze zijn zelden bladachtig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden: De zwartbruine nootjes zijn sterk afgeplat, knobbelig, hebben stekeltjes (omhoog staande stekelhaartjes) en twee vruchtpluisnaalden. Tweezaadlobbig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op vochtige tot vaak natte, voedselrijke tot zeer voedselrijke, met name stikstofrijke grond (van zand tot klei).

Groeiplaatsen: Waterkanten (o.a. rivieren, kanalen, sloten, kleiputten, vijvers, stenen beschoeiingen, havenmurenn, grachtmuren, voor gesloten sluizen, langs dammen en op de bodems van drooggelopen bermsloten), grienden, ruigten, ruderale plaatsen, omgewerkte grond, langs perken, wegranden en zelden heide (langs heidevennen).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Sinds de 18e eeuw in Europa.

`

Nederland: Ingeburgerd tussen 1900 en 1924. Algemeen.

Vlaanderen: Ingeburgerd. Algemeen.

Wallonië: Ingeburgerd. Vrij algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl