Wilde planten in Nederland en België

Zompvergeet-mij-nietje - Myosotis laxa subsp. cespitosa

Frysk: Feanferjit-my-net

English: Tufted Forget-me-not

Français: Myosotis gazonnant

Deutsch: Rasen-Vergißmeinnicht

Synoniemen: Myosotis cespitosa

Familie: Boraginacaea (Ruwbladigenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Over de Nederlandse naam leest U meer bij Akkervergeet-mij-nietje. Myosotis komt van het Griekse Myos (muis) en Otis (oortjes). De zachte beharing van de bloem en de vorm lijken enigszins op een muizenoor. Laxa betekent los of verwijderd en cespitosa is zodevormend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of soms overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt, hemikryptofyt of helofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m augustus (september).

Afmeting: (10-)15-45(-100) cm.


P.F. Stolwijk - cc by-nc-sa 3.0 nl


Colin Meurk - cc by-sa 4.0


© Biopix: JC Schou


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Wortels: Worteldiepte tot 20 cm.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels: De rechtopstaande, rolronde stengels zijn vanaf de voet vertakt. Ze zijn kaal of iets behaard met aangedrukte haren.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


Glev - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Bladeren: De langwerpige bladen zijn stomp en lopen vrijwel niet langs de stengel af.


Mathieu Menand - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze met één of twee schutbladen. De helderblauwe bloemen zijn 2-5 mm groot. De kroonbladen zijn niet uitgerand en de zoom is vlak. De 1,1-1,5 mm lange stijl van de net uitgebloeide bloemen is meestal korter dan de kelkbuis. Na de bloei staat de bloemsteel af of kromt zich naar beneden.


© Claud Biemans - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


Glev - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Vruchten en zaden: Een splitvrucht. De kelk is klokvormig, tot op of over de helft ingesneden en heeft driehoekig-langwerpige slippen. De langgesteelde kelk wordt in de vruchttijd tot 5 mm lang. De nootjes zijn donkerbruin. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Glev - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Glev - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Otto Brinkkemper - waarneming.nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, 's zomers droogvallende, neutrale tot zwak zure, meestal kalkarme en vaak verstoorde grond (zand, leem, zavel, veen, klei en stenige plaatsen). Niet in brak water.

Groeiplaatsen: Grasland (moerassig grasland en hooiland), zeeduinen (duinvalleien), waterkanten (rietkragen, beekoevers, langs vijvers, greppels, sloten, rivieren, kanalen, vennen en langs plassen van afgravingen, met name zand- en kleiafgroeven), overstroomde delen van uiterwaarden en moerassen (trilveenmoeras).

Verspreiding

Wereld: West-, Midden-, Zuidwest- en Oost-Europa en verspreid in Azië. In Noord-Amerika groeit een andere ondersoort.


Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Vrij algemeen.

Wallonië: Inheems. Vrij algemeen.

©2001-2022 K.M. Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl