Klaas Dijkstra

Zomerfijnstraal
Erigeron annuus


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Zomerfijnstraal of Erigeron annuus is een soort uit de Composietenfamilie (Asteraceae) .
  • Het is een een- of tweejarige, zelden overblijvende, 30-75 cm hoog wordende plant
  • De dunne, rechtopstaande stengels zijn alleen in de bovenste helft vertakt.
  • De onderste bladen zijn gesteeld, min of meer eivormig en grof getand(tijdens de bloei vaak al verdord). De bovenste bladen zijn smaller, weinig getand of gaafrandig en korter gesteeld of zittend.
  • Zomerfijnstraal bloeit in juli en augustus.
  • Vrij losse, iets schermvormige pluimen met 1½-2 cm grote bloemhoofdjes met smalle, witte of soms lichtblauwe lintbloemen.
  • Zomerfijnstraal groeit op zonnige, soms licht beschaduwde, open plaatsen op vochthoudende, voedselrijke, vaak omgewerkte grond.
  • Je kunt de plant o.a. aantreffen in bermen, op dijken, langs spoorwegen en op oude muren.
  • Zomerfijnstraal komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika.
  • De plant is bij ons vrij algemeen ingeburgerd.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Astertongersied

English Daisy Fleabane

Français Vergerette annuelle, Sténactis à flles larges

Deutsch Einjähriges Berufskraut, Feinstrahl-Berufkraut

Synoniemen Erigeron strigosus, Phalacroloma annuum, Stenactis strogosa, Stenactis annua, Madelieffijnstraal

Familie Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Fijnstraal slaat op de fijne straalbloemen. Erigeron is samengesteld uit eri (vroeg) en geron (grijs). De naam slaat op het grijze zaadpluis dat snel na de bloei in grote hoeveelheden verschijnt. Annuus betekent eenjarig.

Ondersoorten Zomerfijnstraal (Erigeron annuus subsp. annuus) en Madelieffijnstraal (Erigeron annuus subsp. septentrionalis). De meeste hier voorkomende planten hebben tegenwoordig echter kenmerken van beide ondersoorten.

Levensduur Eenjarig, tweejarig of zelden overblijvend.

Plantvorm Therofyt of hemikryptofyt.

Hoofdbloei Juli en augustus.

Afmeting 30-75 cm.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Wortels Vaak diep wortelend.


marcienne - cc by-sa 2.0 fr


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels De dunne, rechtopstaande stengels zijn alleen in de bovenste helft vertakt. Ze zijn verspreid behaard.


Bert Verbruggen - verspreidingsatlas


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bladeren De onderste bladen zijn min of meer eivormig, grof getand en hebben een vrij lange, gevleugelde steel. Tijdens de bloei zijn deze bladen vaak al verdord. De bovenste bladen zijn smaller, weinig getand of gaafrandig en korter gesteeld of zittend. De bladen zijn niet gelobd.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bloemen Polygaam. De bloemhoofdjes vormen vrij losse, iets schermvormige pluimen. De voor de bloei hangende hoofdjes zijn 1½-2 cm groot. De smalle, witte of soms lichtblauwe lintbloemen (aan beide kanten gelijk gekleurd) zijn 6-9 mm lang. De omwindselbladen hebben tamelijk lange afstaande haren. De binnenste zijn 4-5 mm lang.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden De nootjes van de lintbloemen hebben vruchtpluis dat bestaat uit twee rijen borstelharen. Die van de buisbloemen hebben een haarkrans, die omringd wordt door een kroontje van kleine schubben (ze omsluiten een rij borstelharen). De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Nino Cardinali en Riccardo Luciano - cc by-nc-nd 4.0


marcienne - cc by-sa 2.0 fr


Christine Jourdan - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, soms licht beschaduwde, open plaatsen op vochtige of natte, voedselrijke, vaak omgewerkte grond (zand, leem, klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen Zandige plaatsen op dijken (o.a. kanaaldijken), bermen, uiterwaarden, hooiland, spoorbermen, kalk-, leem- en steengroeven, oude muren, ruige rivieroevers, jonge bosaanplantingen, begraafplaatsen, humeuze ruigten en stortterreinen.

Verspreiding

Wereld Oorspronkelijk uit Noord-Amerika. In Midden-Europa al sinds de 18de eeuw.

Nederland Ingeburgerd in de 19de eeuw. Vrij algemeen.

België Ingeburgerd. Vrij algemeen.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0