Klaas Dijkstra

Zilte zegge
Carex distans


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Zilte zegge of Carex distans is een soort uit de Cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
  • Het is een overblijvende, 30-60 cm hoge zegge.
  • Een vrij krachtige, zeer korte wortelstok.
  • Dicht polvormend.
  • Rechtopstaande, dunne, stomp driekantige stengels.
  • De bladen zijn 3-5 mm breed, geleidelijk toegespitst, glad en naar boven iets ruw.
  • Zilte zegge bloeit in mei en juni.
  • Een bloeiwijze met een mannelijke, 2-4 mm brede en vaak niet meer dan 2 cm lange topaar, soms met een tweede, kleinere mannelijke aar aan de voet, en twee tot vier ver uit elkaar staande, 5-8 mm brede en meestal minder dan 2 cm lange vrouwelijke aren.
  • Rechtopstaande, geelgroene, eivormige, bruin gespikkelde, generfde, uwe, 4-5 mm lange urntjes. Ze zijn toegespitst in een snavel met een V-vormige topinsnijding.
  • Zilte zegge groeit op zonnige, open tot grazige plaatsen op vochtige of natte, brakke of zilte, kalkhoudende grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. duinvalleien, strandvlakten, hoge kwelders, langs recent bedijkte zeearmen op ontziltende voormalige kwelders, brak en zilt grasland, langs brakke kreken, moerassen, langs bospaden in hellingbossen en verlaten kleigroeven.
  • Zilte zegge komt voornamelijk voor in Europa, Zuidwest-Azië en Noord-Afrika.
  • In Nederland is deze inheemse soort vrij zeldzaam, in België zeldzaam.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Sâlte sigge

English Distant Sedge

Français Laîche distante, Laîche à épis distants

Deutsch Entferntährige Segge

Synoniemen

Familie Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Distans betekent uiteenstaand.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Hemikryptofyt.

Hoofdbloei Mei en juni.

Afmeting 30-60 cm.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Hugues Tinguy - cc by-sa 2.0 fr


A.Poirel - cc by-sa 2.0 fr


A.Poirel - cc by-sa 2.0 fr

Wortels Een vrij krachtige, zeer korte wortelstok, die met meest bruine vezels bezet is.


hasbrouck.asu.edu -cc by-nc 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels Dicht polvormend (veelstengelig). De rechtopstaande, dunne stengels zijn stomp driekantig. Meestal zijn ze alleen onderaan bebladerd. Ze zijn veel langer dan de bladen.


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


© Dick kerkhof - verspreidingsatlas


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


joerg_ewald - cc by-nc 4.0

Bladeren De enigszins geelgroene bladen zijn 3-5 mm breed, geleidelijk toegespitst, glad en naar boven iets ruw. De bladscheden zijn 1-2 cm lang. De onderste bladscheden zijn lichtoranje- tot donkerbruin en ze gaan rafelen.


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Paul Fabre - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

Bloemen Eenslachtig. Eenhuizig. De schutbladen zijn lang schedeachtig. Ze zijn korter dan de bloeiwijze. De bloeiwijze bestaat uit een mannelijke topaar die 2-4 mm breed en vaak niet meer dan 2 cm lang, soms met een tweede, kleinere mannelijke aar aan de voet, en twee tot vier ver uit elkaar staande vrouwelijke aren die 5-8 mm breed zijn en meestal minder dan 2 cm lang. Bloemen met drie stempels. Ze vormen een lange schede. De vrouwelijke aren staan rechtop of de onderste hangt later over. De eironde, bruine kafjes zijn 3-4 mm lang, hebben een groene kiel en een smal vliezig randje en meestal met een korte stekelpunt. Ze zijn korter dan de urntjes. De kafjes van het mannelijke aartje zijn langwerpig-omgekeerd eirond, stomp, roestkleurig met witvliezige rand en een smalle, gele middenstreep.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Gert Jan Versteeg - cc by-nc-nd 4.0


Piet Bremer - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden Een eenzadige dopvrucht of nootje. De rechtopstaande urntjes zijn geelgroen, eivormig, bruin gespikkeld, generfd en 4-5 mm lang. Verder zijn ze toegespitst in een snavel met een V-vormige topinsnijding en dragen ze enige stekeltjes (ze zijn ruw). De vruchtjes zijn vrij klein, breed omgekeerd eirond, driekantig en licht- tot donkerbruin. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Naturhistorisches Museum Wien - cc by 4.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, open tot grazige plaatsen op vochtige of natte, brakke of zilte, kalkhoudende of kalkrijke grond. Vaak in overgangszones (zoet-zout, klei-zand, nat-droog). Soms in zoet milieu, met name elders in Europa (slibhoudend zand, zavel en klei).

Groeiplaatsen Duinvalleien, strandvlakten, in de overgangszone tussen duinvoet en strandvlakte, aan de voet van lage zandheuveltjes op strandvlakten, hoge kwelders (schorren), langs recent bedijkte zeearmen op ontziltende voormalige kwelders, brak en zilt grasland, langs brakke kreken, zeggemoerassen, veenmoerassen, langs bospaden in hellingbossen en verlaten kleigroeven.

Verspreiding

Wereld Europa, Zuidwest-Azië en Noord-Afrika. Noordelijk tot Zuid-Scandinavië . In het noorden van het verspreidingsgebied is zij beperkt tot de kuststreken.

Nederland Inheems. Vrij zeldzaam.

België Inheems. Zeldzaam.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0