Zeealsem - Artemisia maritima

Frysk: FliekrŻd

English: Sea Wormwood

FranÁais: Absinthe maritime

Deutsch: StrandbeifuŖ

Synoniemen: Seriphidium maritimum

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Er zijn meerdere verklaringen voor de naam. Artemisia zou kunnen afstammen van het Grieksche artemŤs (gezond), vanwege de vele geneeskrachtige eigenschappen van de soorten van dit geslacht. Een tweede mogelijkheid is dat de naam is afgeleid van de godin van geboorte en vrouwen Artemis Eileythyia (de planten werden gebruikt bij vrouwenziektes). Ook is wel geopperd dat Artemis is vernoemd naar koningin Artemisia van Halikarnassos in KariŽ, die voor haar echtgenoot een beroemd mausoleum liet bouwen. Maritima betekent van of aan de zee.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid, halfstruik.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of chamaefyt.

Hoofdbloei: Augustus t/m oktober.

Afmeting: 30-60 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels: Een korte, vertakte wortelstok.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De kruipende takken vormen bladrozetten en opstijgende bloeistengels. De stengelvoet wordt houtig. De stengels zijn grijs behaard. Vaak groeit Zeealsem in grote groepen.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Denis Barthel - cc by-sa 3.0


Denis Barthel - cc by-sa 3.0


Hans Toetenel - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren: De gesteelde en wit- of grijswollig (-viltig) behaarde bladen zijn (drie-) dubbelgeveerd met lijnvormige, 1-2 mm brede, aan de top afgeronde en aan de zijranden omgekrulde slippen. Ze verspreiden een sterke geur.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen: Tweeslachtig. De bebladerde pluimen hebben trosvormige takken. De bloemhoofdjes zijn 2-3 mm lang, eivormig, knikkend of opgericht en geel of oranjegeel van kleur. Ook de buitenste bloemen zijn buis-klokvormig, met ingesloten stempellobben. De bloemhoofdjesbodem is kaal. Het omwindsel is 1,5-3,5 mm breed. De omwindselbladen zijn witviltig.


Molekuel - cc by 3.0


Kristian Peters - cc by-sa 3.0


Kristian Peters - cc by-sa 3.0


© Frank van Gessele - cc by 3.0

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig.


Tracey Slotta - USDA-NRCS PLANTS Database


© J. Dolstra - cc by-nc-sa-3.0


Gerrit Kamphuis - cc by-nc-nd 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige tot natte, zilte grond (slibhoudend zand, maar niet uitgesproken kleiig).

Groeiplaatsen: Kwelders of schorren (hoge, zandige plekken), aan de voet van zeedijken, moerassen (zoutmoerassen) en waterkanten (oeverwallen van zilte kreken).

Verspreiding

Wereld: Langs Europese kusten. Ook op binnenlandse zoutplekken.

Nederland: Inheems. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Zeldzaam.

WalloniŽ: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

Wetenswaardigheden

Zeealsem bevat santonine, een wormafdrijvend en insektenwerend middel. In Zeeland werd zij vroeger gedroogd en tussen het linnengoed gelegd, om de geur en de motten. Ook werd zij in hondenhokken gestrooid tegen de vlooien. Door kampeerders wordt de plant wel gebruikt om muggen buiten de tent te houden.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl