Klaas Dijkstra

Zandhoornbloem
Cerastium semidecandrum


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Zandhoornbloem of Cerastium semidecandrum is een soort uit de Anjerfamilie (Caryophyllaceae).
  • Het is een eenjarig, 2-20 cm hoog plantje.
  • Bijna liggende of opstijgende stengels die bovenaan kleverig zijn door klierharen.
  • Tegenoverstaande, eironde of langwerpig-eironde, meestal stompe blaadjes.
  • Zandhoornbloem bloeit van maart t/m mei.
  • Een vrij dichte bloeiwijze met witte, 5-9 mm grote bloemen met vijf ingesneden kroonbladen.
  • Een doosvrucht.
  • Zandhoornbloem groeit op zonnige, open plaatsen op droge, zwak zure tot kalkrijke, voedselarme tot matig voedselrijke zgrond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. duinen, rivierduinen, op en langs paden, bermen, grasland, zandige rivierdijken, spoorbermen, industrieterreinen, tussen straatstenen, bloemperken en braakliggende grond.
  • Zandhoornbloem komt voornamelijk voor in Europa.
  • In Nederland en België is het een algemeen inheems plantje.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Sânspoarblom

English Little Mouse-ear

Français Céraiste à cinq étamines, Céraiste des sables

Deutsch Sand-Hornkraut

Synoniemen

Familie Caryophyllaceae (Anjerfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Cerastium komt van het Griekse ceras (hoorn), vanwege de als een hoorn uit de kelk stekende vrucht. Semidecandrum betekent met de helft van tien meeldraden, dus met vijf meeldraden.

Levensduur Eenjarig.

Plantvorm Therofyt.

Hoofdbloei Maart t/m mei.

Afmeting 2-20 cm.

Zaailingen

Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


Hermann Schachner - cc0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Hermann Schachner - cc0


Salicyna - cc by-sa 4.0

Wortels Worteldiepte tot 10 cm.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels De bijna liggende of opstijgende stengels zijn bovenaan kleverig door klierharen.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 3.0


AnRo0002 - cc0


AnRo0002 - cc0


AnRo0002 - cc0

Bladeren Er wordt eerst een kleine rozet gevormd. De tegenoverstaande, eironde tot langwerpig-eironde blaadjes zijn meestal stomp. De onderste bladen zijn gesteeld. De bladrand is gaaf.


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


Hermann Schachner - cc0


AnRo0002 - cc0

Bloemen Tweeslachtig. De schutbladen hebben brede, vliezige randen (witte randen aan de top). Een vrij dichte bloeiwijze met witte, 5-9 mm grote bloemen. De vijf kroonbladen zijn ondiep ingesneden (tot hoogstens éénvijfde van hun lengte) of meestal onregelmatig getand en even lang of vaak korter dan de vijf kelkbladen. De rand van de kelkbladen is vliezig. Er zijn vijf meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel met drie stijlen en drie stempels.


Hermann Schachner - cc0


AnRo0002 - cc0


AnRo0002 - cc0


Hermann Schachner - cc0

Vruchten en zaden Een doosvrucht. De vruchtstelen zijn vaak teruggeslagen. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 3.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 3.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 3.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, open plaatsen op droge, zwak zure tot kalkrijke, voedselarme tot matig voedselrijke zandgrond (ook op zavel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen Duinen, rivierduinen, op en langs paden, bermen, grasland, zandige rivierdijken, spoorbermen, industrieterreinen, tussen straatstenen, bloemperken, braakliggende grond en soms op muren.

Verspreiding

Wereld Europa, behalve in het hoge noorden. In het noordelijke deel van het verspreidingsgebied het meest in kustgebieden.

Nederland Inheems. Algemeen.

België Inheems. Algemeen.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0