Klaas Dijkstra

Zachte haver
Avenula pubescens


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Zachte haver of Avenula pubescens is een soort uit de Grassenfamilie (Poaceae).
  • Het is een overblijvend, 30-90 cm hoog gras.
  • Losse pollen vormend.
  • Stengels met korte uitlopers.
  • De vlakke bladen zijn 0,5 tot 1 cm breed.
  • Zachte haver bloeit in mei en juni.
  • Een tot 20 cm lange bloempluim met veel bloemen.
  • Zachte haver groeit op zonnige plaatsen op matig droge tot matig vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. rivierduinen, kalkgrasland, hooiland, licht beweid grasland, bermen, langs holle wegen, duingrasland, laagblijvende struwelen, spoorbermen, steile hellingen, hoge delen van uiterwaarden, oeverwallen, stroomruggen en dijken.
  • Zachte haver komt voornamelijk voor in Europa en in delen van West- en Midden-Azië.
  • In Nederland en België is dit inheemse gras vrij algemeen.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Sêfte hjouwer

English Downy Oat-grass

Français Avoine pubescente

Deutsch Flaumiger Wiesenhafer

Synoniemen Helictotrichon pubescens, Avena pubescens

Familie Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Helictotrichon komt van de Griekse woorden helix (spiraal) en trichos (haar). Pubescens betekent zachtharig.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Hemikryptofyt.

Hoofdbloei Mei en juni.

Afmeting 30-90 cm.


Daderot - Public Domain


Daderot - Public Domain


Daderot - Public Domain


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

Wortels


hasbrouck.asu.edu - cc0-1.0


hasbrouck.asu.edu - cc0-1.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels Stengels met korte uitlopers. Zachte haver groeit in losse pollen.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Radio Tonreg - cc by 2.0


Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Bladeren De vlakke bladen zijn 0,5 tot 1 cm breed. De bovenkant van de bladen is niet opvallend lichter van kleur dan de onderkant. De onderste bladscheden en de jonge bladeren zijn dicht begroeid met lange, afstaande zachte haren. De bladschederanden van de niet-bloeiende scheuten zijn eerst voor een groot deel vergroeid. De tongetjes van de bladeren aan de bloeiende stengels zijn vaak meer dan een ½ cm lang. Die van de niet-bloeiende scheuten zijn veel korter. Het spitse tongetje is driehoekig.


Krzysztof Ziarnek - gfdl


Petr Filippov - cc by-sa 3.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Bloemen Tweeslachtig. De bloempluim bevat veel bloemen, is vrij los tot min of meer samengetrokken en hangt vlak voor de bloei vaak iets over. Tijdens de bloei staat de pluim rechtop. De pluim wordt tot 20 cm lang. De onderste zijtakken staan met drie tot vijf bij elkaar. De aartjes bevatten twee tot vier bloemen. De aartjes hebben twee of drie kafnaalden. Ze zijn groenig, paarsblauwig en goudgeel gevlekt. De as van de aartjes is lang zacht behaard met afstaande tot schuin omhoog staande, witte haren, die tot 7 mm lang kunnen worden. Ze steken buiten het aartje uit. Het onderste kelkkafje heeft meestal maar één nerfen is ongeveer 1,2 cm lang. Het is smaller en iets korter dan het drienervige bovenste kelkkafje dat ongeveer 1,6 mm lang wordt. De kafnaald is 1-2 cm lang en is onderaan breed en gedraaid.


AnRo0002 - cc0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Petr Filippov - cc by-sa 3.0


Petr Filippov - cc by-sa 3.0

Vruchten en zaden Een graanvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Marie Portas - cc by-sa 2.0 fr


Marie Portas - cc by-sa 2.0 fr


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige plaatsen op matig droge tot matig vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende grond (zand, leem, mergel, löss en zavel).

Groeiplaatsen Rivierduinen, kalkgrasland, hooiland, licht beweid grasland, bermen, langs holle wegen, duingrasland, laagblijvende struwelen, spoorbermen, steile hellingen, hoge delen van uiterwaarden, oeverwallen, stroomruggen en dijken (o.a. kalkrijke dijken langs de Maas).

Verspreiding

Wereld Europa en in delen van West- en Midden-Azië.

Nederland Inheems. Vrij algemeen.

België Inheems. Vrij algemeen

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0