Wilgalant - Inula salicina

Frysk:

English: Irish Fleabane

Français: Inule à feuilles de saule

Deutsch: Weiden-Alant

Synoniemen: Wilgenbladalant

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Inula is mogelijk afgeleid van het Griekse helen (korf). vanwege het ruime omwindsel om de hoofdjes, maar misschien is de naam ook een verbastering van Helenium, naar Helena van Troje. Inula zou tenslotte ook kunnen zijn afgeleid van hinnulus (een jonge muilezel) en was goed voor zowel muilezels als mensen. Het werd door de eeuwen heen een belangrijk paardenmedicijn. Salicina betekent op een wilg gelijkende plant.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus(-oktober).

Afmeting: 30-60(-80) cm.


Meneerke bloem - cc by-sa 3.0


Olivier Pichard - cc by-sa 3.0


Qwert1234 - Public Domain


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Wortels


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn grotendeels kaal, maar aan de voet vaak iets borstelharig.


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Bladeren: De onderste bladen zijn langwerpig tot eirond, gesteeld, stijf en van boven kaal. De bovenste bladen zijn smal hartvormig, zittend en halfstengelomvattend. De stengelbladen zijn stijf en glanzig. Ze zijn kaal of alleen aan de onderkant en langs de rand kort behaard, zonder zittende klieren. Aan de bovenkant hebben ze uitspringende nerven.


Bernd Haynold - cc BY 2.5


Olivier Pichard - cc by-sa 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Jean-Luc Gorremans - cc by-sa 2.0 fr

Bloemen: Polygaam. De gele bloemhoofdjes zijn 2½-4 cm. De bloemen hebben lange, smalle straalbloemen en buisbloemen. De omwindselbladen zijn alleen aan de rand behaard. Ze zijn langwerpig en hebben een teruggeslagen top.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Olivier Pichard - cc by-sa 3.0


MurielBendel - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden: De ongeveer 2 mm lange nootjes zijn vrijwel kaal. Het vruchtpluis bestaat uit dertig tot vijfendertig haren. Tweezaadlobbig.


Franco Rossi - cc by-nc-nd 4.0


Franco Rossi - cc by-nc-nd 4.0


herbario.ipe.csic.es


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op 's winters vochtige, soms vrij natte en 's zomers drogere, matig voedselarme, niet bemeste, kalkhoudende grond (mergel, leem, löss, veen en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bosranden (kalkhellingbossen), bossen (open plaatsen op beboste hellingen), rotsachtige hellingen en grasland (kalkgrasland en ijl, schraal grasland).

Verspreiding

Wereld: Europa en Azie. Het meest in  Midden-Europa. In het oosten van Azië groeit een andere ondersoort.

Nederland: Inheems. Verdwenen. Vroeger in Zuid-Limburg en bij Hoevelaken. Voor het laatst in het wild gevonden in 1959.

Vlaanderen: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

Wallonië: Inheems. Zeer zeldzaam.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl