Weidehavikskruid - Pilosella caespitosa

Frysk: Seldsum haukkrûd

English: Meadow hawkweed

Français: Epervière des prairies

Deutsch: Wiesen-Habichtskraut

Synoniemen: Hieracium caespitosum, Hieracium pratense, Hieracium caespitosa

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Pilosella betekent een weinig behaard. Caespitosum (caespitosa) betekent zodevormend.

Kruising: Weidehavikskruid kan een bastaard vormen met Muizenoor (Pilosella flagellaris). Kenmerk: Omwindselbladen met zwarte klierharen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni.

Afmeting: 30-90 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Jeangagnon - cc by-sa 2.0


freenatureimages.eu - Peter Meininger

Wortels


bisque.cyverse.org - cc by-nc 3.0


botanydb.colorado.edu - cc by-nc 3.0


s.idigbio.org - cc by-nc 3.0


mam.ansp.org - cc by-nc 3.0

Stengels: Op de holle stengels groeien vrij talrijke afstaande, 3-5 mm lange haren. Aan de lichtgroene stengels zie je meestal twee of drie bladen. Weidehavikskruid heeft lange uitlopers, die vrij dicht bezet zijn met vrij grote bladen.


Willemien Troelstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Jomegat - cc by-sa 3.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Bladeren: De rozetbladen hebben een stompe top. De uitlopers hebben opgerichte bladen die bijna even groot zijn dan de rozetbladen. Ze zijn langwerpig of wat breder. De bovenste bladen zijn spits. Aan beide bladkanten groeien vrij talrijke lange haren (aan de onderkant vaak met wat sterharen).


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Bloemen: Tweeslachtig. De vrij talrijke gele bloemhoofdjes staan in een eerst kluwenachtig samengetrokken, maar later vrij vlakke tuil. De lintbloemen zijn licht goudgeel en meestal zonder rode kleur aan de onderkant. De stijlen worden na het drogen vaal groen of zwartachtig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Konstantin Ryabitsev - cc by-sa 2.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Chris Neeser - cc by-nc-nd 3.0


Simon - cc by-nc 4.0


Étienne Lacroix-Carignan - cc0-1.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, licht bemeste, zwak zure tot kalkhoudende grond (zand, keileem, zavel, veen, löss, lichte klei en stenige plaatsen, maar niet op mergel).

Groeiplaatsen: Bermen, grasland (schraal hooiland), langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen), industrieterreinen, waterkanten (slootkanten, zandstrandjes en taluds van afwateringskanaaltjes), afgravingen (zandgroeven, leemgroeven en kleiafgravingen), bossen (langs bospaden) en kapvlakten.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa (de soort ontbreekt grotendeels in Zuid-Europa) en West-Azië.

Nederland: Inheems. Zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Zeldzaam.

Wallonië: Ingeburgerd. Zeldzaam.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl