Uitgebreide beschrijving Frysk English Daisy Leaf Grape Fern Français Botrychium à feuilles de Matricaire Deutsch Ästige Mondraute Synoniemen Botrychium ramosum, Slipbladige maanvaren Familie Ophioglossaceae (Addertongfamilie) Naamgeving (Etymologie) Botrychium komt van het Griekse bostrychion (druivenrank). Vooral de nog niet geheel ontwikkelde vruchtbare bloeiwijzen doen aan een druiventros denken, terwijl de omgekrulde toppen er als kleine ranken uitzien. De soortaanduiding matricariifolium heeft betrekking op de gelijkenis van de bladen met die van het geslacht kamille (Matricaria). Levensduur Overblijvend. Plantvorm Geofyt. Rijpe sporen Juni en juli. Afmeting 5-25 cm.
Wortels Een korte wortelstok met vlezige wortels met daarop enkele vliezige, bruine schubben van de resten van afgestorven bladeren.
Stengels De stengels staan rechtop.
Bladeren Het onvruchtbare bladdeel is meestal korter dan dat van Gelobde maanvaren. Het is langwerpig of driehoekig en geveerd of veerdelig (diep ingesneden) met aan beide kanten drie tot vijf geveerde of veerdelige, naar boven toe kleiner wordende blaadjes met één middennerf en zijnerven. De bladtanden zijn langer dan breed.
Sporen De vruchtbare bladen staan eindelings aan de stengel en de vertakte delen ervan staan schuin omhoog.
Biotoop Bodem Zonnige of halfbeschaduwde plaatsen op vochtige, voedselarme zandgrond en op droge, basenrijke, kalkarme tot matig zure leembodems. Groeiplaatsen Heide, heischraal grasland, schrale bergweiden, bosranden, struwelen en lichte bossen. Verspreiding Wereld Overwegend in koel-gematigde streken in Europa en het oosten van Noord-Amerika. Nederland Waarschijnlijk niet inheems. Verdwenen. Voor het laatst gevonden bij De Bilt in 1840. België Inheems. Verdwenen. In 1955 gevonden bij Schaffen en in 1957 en 1958 bij Westmalle. 2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0 |