Klaas Dijkstra

Veenzegge
Carex davalliana


Klik op een afbeelding om te vergroten.


BotaFlo - cc0-1.0

In het kort.

  • Veenzegge of Carex davalliana is een soort uit de Cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
  • Het is een overblijvende, 10-30 cm hoge zegge.
  • Een korte wortelstok zonder uitlopers.
  • Dichte zoden vormend.
  • Stijf rechtopstaande, dunne, tere, bovenaan ruwe stengels.
  • Wortelstandige, borstelvormige, rechtopstaande, minder dan 1 mm brede bladen met ruwe randen.
  • Veenzegge bloeit in mei.
  • Er is slechts één eindelings aartje. Vrouwelijke aartjes zijn 1-2 cm.
  • Eirond-lancetvormige, bruine, zwak generfde, 3-5 mm lange urntjes met een lange, gladde of fijn getande snavel.
  • Veenzegge groeit op zonnige plaatsen op natte, voedselarme, venige grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. kalkmoerassen, veenmoerassen en moerassig weiland.
  • Veenzegge komt het meest voor in Midden-Europa.
  • Zeer zeldzaam ingeburgerd in Nederland. In Wallonië was de soort inheems, maar is daar nu uitgestorven.

Uitgebreide beschrijving

Frysk

English Davall's Sedge

Français Laîche de Davall

Deutsch Davalls Segge

Synoniemen

Familie Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Davalliana is vernoemd naar de Zwitserse botanicus van Engelse oorsprong Edmund Davall (1763-1798).

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Hemikryptofyt.

Hoofdbloei Mei.

Afmeting 10-30 cm.


ROLLET - cc by-nc-nd 4.0


Daderot - cc0


Petr Filippov - cc by 3.0


A. Poirel - cc by-sa 2.0 fr

Wortels Een korte wortelstok zonder uitlopers.


University of Tartu, Estonia - cc by-sa 4.0


University of Tartu, Estonia - cc by-sa 4.0


hasbrouck.asu.edu - cc0-1.0


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0

Stengels Een grijsgroene plant. Uit de wortelstok komen vele stijf rechtopstaande, dunne, tere, bovenaan ruwe stengels die aan de voet door de vezelige overblijfselen van bladen van het vorige jaar zijn omgeven. De plant vormt dichte zoden.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas


Felix Riegel - cc by-nc 4.0


Jean Claude Estatico - cc by-sa 2.0 fr


Yoan Martin - cc by-sa 2.0 fr

Bladeren Alle bladen zijn wortelstandig (met een schede). De scheden van de afgestorven bladen zijn donkerbruin. Ze zijn smal, borstelvormig en staan rechtop. Ze zijn ruw aan de randen en minder dan 1 mm breed.


Yoan Martin - cc by-sa 2.0 fr


Giovanni Bergamo Decarli - cc by-nc-nd 4.0


Jasenka Topic - freenatureimages.eu


Michal Duchácek - cc by-nc 4.0

Bloemen Tweehuizig. Er is slechts één eindelings aartje. Vrouwelijke aartjes zijn 1-2 cm lang. De spitse kafjes zijn langwerpig, die van de mannelijke aartjes zijn licht roodbruin, breed witvliezig gerand, die van de vrouwelijke zijn donker, lichtbruin vliezig gerand. Ze vallen niet af. Bloemen met twee stempels.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas


Hermann Schachner - cc0


Hermann Schachner - cc0


Jaan Liira - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden Een eenzadige dopvrucht of nootje. De rijpe, eirond-lancetvormige urntjes zijn bruin, zwak generfd, 3-5 mm lang met een lange, gladde of fijn getande snavel, bij rijpheid horizontaal afstaand en tenslotte enigszins teruggebogen. De vrucht is eirond- lensvormig. Eenzaadlobbig.


Hermann Schachner - cc0


Muriel Bendel - cc by-sa 4.0


Hugues Tinguy - cc by-sa 2.0 fr


Giovanni Bergamo Decarli - cc by-nc-nd 4.0

Biotoop

Bodem Zonnige plaatsen op natte, neutrale tot zwak zure, voedselarme, venige grond.

Groeiplaatsen Kalkmoerassen, veenmoeras, laagveen, bronveen en moerassig weiland.

Verspreiding

Wereld Het meest in Midden-Europa.

Nederland Ingeburgerd na 2000. Zeer zeldzaam.

België Vroeger inheems in Wallonië, maar is daar nu uitgestorven.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0