Uitstaande aster - Symphyotrichum lateriflorum

Frysk:

English: Calico aster (Side-flower aster)

Français: Aster lateriflore

Deutsch: Kattun-Aster

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Aster betekent ster, vanwege de stervormige bloemhoofdjes. Symphyotrichum heeft als wortel het Griekse symph, wat " samenkomen" betekent en trichum, wat " haar" betekent. Lateriflorum betekent met zijdelings geplaatste bloemen of bloeiwijzen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Augustus t/m oktober.

Afmeting: 80-160 cm.


Noah Frade - cc by-nc-nd 4.0


ross_ny - cc by-nc 4.0


Eewilson - cc by-sa 4.0


Eewilson - cc by-sa 4.0

Wortels: Zonder of met korte wortelstokken.


New York Botanical Garden Steere Herbarium - cc by 3.0


New York Botanical Garden Steere Herbarium - cc by 3.0


New York Botanical Garden Steere Herbarium - cc by 3.0


New York Botanical Garden Steere Herbarium - cc by 3.0

Stengels: Pollen vormend. De plant heeft meestal één tot vijf stengels die uit de wortelbasis groeien. Ze kunnen een roodachtig of paarsachtig zijn. De stengels en zijtakken kunnen begroeid zijn met fijn, zacht haar, maar hogerop kunnen ze kaler worden.


katrina hashagen - cc by-nc 4.0


Graham Buck - cc by-nc 4.0


Eewilson - cc by-sa 4.0


David Mccorquodale - cc by 4.0

Bladeren: De onderste bladen zijn vaak al verdord tijdens de bloei. De meestal kale, verspreid staande bladen, maar hebben een harige hoofdnerf aan de onderzijde. De nervatuur is fijn netvormig. De dunne bladen varieren van langwerpig , lancetvormig, ovaal, spatelvormig tot bijna cirkelvormig. Ze hebben een korte steel of zijn zittend. De bladranden zijn gegolfd of gezaagd. Hogerop worden de bladen steeds kleiner.


katrina hashagen - cc by-nc 4.0


Noah Frade - cc by-nc-nd 4.0


antsignorino - cc by-nc 4.0


Eewilson - cc by-sa 4.0

Bloemen: Polygaam. Aan de basis van het bloemhoofdje bevinden zich één tot zeven schutbladen die eruit zien als kleine bladen. Er zijn éénendertig tot zevenenvijftig bloemen per hoofdje. De bloemhoofdjes groeien langs één zijde van de takken en soms in trossen aan de uiteinden. Gemiddeld heeft ieder bloemhoofdje zeven tot vijftien korte witte (zelden roze of paarse) lintbloemen. De ongeveer acht tot zestien buisbloemen zijn 4-5,2 mm lang. Ze hebben elk vijf lobben die sterk naar achteren buigen wanneer ze open zijn. De plaat is 5,2-10,2 mm lang.


Noah Frade - cc by-nc-nd 4.0


kdrinnen - cc by-nc 4.0


David Mccorquodale - cc by 4.0


Daniel Mcclosky - cc by 4.0

Vruchten en zaden: De nootjes worden grijs of geelbruin en zijn langwerpig-eivormig. Het wit tot roze pappus is 4-5,5 mm lang. Tweezaadlobbig.


Erin Faulkner - cc by-nc 4.0


bdale1334 - cc by-nc 4.0


Eewilson - cc by-sa 4.0


linkmdavis - cc by-nc 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op vrij droge tot natte grond.

Groeiplaatsen: Oeverwallen, jong ooibos in uiterwaarden, tussen stenen op kribben, bossen, oevers, struikgewas, moerassen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het oosten van Noord-Amerika.

Nederland: Ingeburgerd in de 19de eeuw. Zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Niet in Wallonië.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl