Klaas Dijkstra

Tenger fonteinkruid
Potamogeton pusillus


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Tenger fonteinkruid of Potamogeton pusillus is een soort uit de Fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae).
  • Het is een overblijvende, 20-100 cm lange waterplant.
  • Bijna draadvormige, vrijwel ronde stengels die voornamelijk bovenaan zijn vertakt met meestal 1,5 tot 3 cm lange leden.
  • Alle bladen zijn ondergedoken. Zittende, op gras lijkende bladen met drie nerven.
  • Tenger fonteinkruid bloeit van juni t/m augustus.
  • Draadvormige, tot 3 cm lange aarstengels die twee tot drie keer zo lang zijn als de vrij korte aren met geelgroene of soms roze bloemen.
  • Tot 1½ mm lange, vrijwel gladde vruchtjes met een zeer kort snaveltje.
  • Tenger fonteinkruid groeit op zonnige plaatsen in ondiep, helder, stilstaand of zwak stromend, (matig) voedselrijk, zoet of zwak brak, kalkhoudend water.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. plassen, vijvers, kanalen, sloten, beken, afgesloten rivierarmen, zand- en kleiputten, poelen en meertjes.
  • Tenger fonteinkruid komt voornamelijk voor op het noordelijk halfrond.
  • In Nederland en België is het een inheemse, (vrij) algemene soort.

Uitgebreide beschrijving

FryskFyn bearzerûch

English Lesser Pondweed

Français Potamot fluet

Deutsch Zwerg-Laichkraut

Synoniemen Potamogeton panormitanus

Familie Potamogetonaceae (Fonteinkruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Potamogeton is afgeleid van het Griekse potamos (rivier) en geiton (buurman), m.a.w. een rivierbewoner. Pusillus betekent zeer klein of nietig.

Opmerking Klein fonteinkruid en Tenger fonteinkruid lijken sterk op elkaar en zeer lastig te onderscheiden.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Hydrofyt.

Hoofdbloei Juni t/m augustus.

Afmeting 20-100 cm.


Mihail Knjasev - cc by-nc 4.0


Ruppia2000- cc by-sa 3.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Wortels


Christian Fischer - cc by-sa 3.0


Quinten Wiegersma - cc by 4.0


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0

Stengels De dunne, bijna draadvormige en vrijwel ronde stengels zijn voornamelijk bovenaan vertakt met meestal 1,5 tot 3 cm lange leden.


Cor Nonhof- cc by-nc-sa 3.0 nl


Bas Kers - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Bladeren Alle bladen zijn ondergedoken. De zittende bladen lijken op gras en hebben drie nerven. De middennerf is halverwege het blad en dikker dan de rest van het blad. De twee nerven aan de zijkanten komen vrij ver onder de bladtop onder een scherpe hoek in de middennerf uit. Het net van mazen naast de middennerf ontbreekt. De bladtop is meestal spits met een iets verdikte punt. De bladen worden tot 1½ mm breed en 1½-3 cm lang. Aan de voet van ieder blad zitten twee min of meer duidelijke, zwartachtige knobbels. De bijna 1 cm lange steunblaadjes zijn tenminste onderaan kokervormig vergroeid, gaan niet vezelen en verdwijnen snel. Vaak zijn ze van franje voorzien (niet in het midden gespleten).


Quinten Wiegersma - cc by 4.0


Erik Slootweg - cc by-nc-nd 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Bloemen Tweeslachtig. De draadvormige, tot 3 cm lange aarstengel is twee tot drie keer zo lang als de aar. De vrij korte aren zijn (met name in de vruchttijd) vrij los. De bloemen zijn geelgroen (groen) of soms roze.


Eric Brandes - cc by-nc-nd 4.0


Christian Fischer - cc by-sa 3.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden Een steenvrucht. De vruchtjes zijn vrijwel glad, zonder knobbels, scheef ovaal, aan de buikzijde duidelijk bolvormig, aan de rugzijde gekield, stomp, meestal weinig langer dan 1 mm (maximaal tot 1½ mm) en met een zeer kort snaveltje. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


menno van den bos - cc by-nc-nd 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige plaatsen in ondiep, helder, stilstaand of zwak stromend, matig voedselrijk of voedselrijk, zoet of zwak brak, zwak basisch of neutraal, kalkhoudend water met een bodem van zand, zavel, klei of veen, zeldzaam op leem.

Groeiplaatsen Plassen, vijvers, kanalen, sloten, beken, afgesloten rivierarmen, zand- en kleiputten, poelen en meertjes.

Verspreiding

Wereld Voornamelijk op het noordelijk halfrond, maar ook in Afrika en Zuid-Amerika.

Nederland Inheems. Algemeen.

België Inheems. Vrij algemeen.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0