Struikaster - Baccharis halimifolia

Frysk:

English: Tree Groundsel

Français: Baccharis à feuilles d'arroche

Deutsch: Kreuzstrauch

Synoniemen: Kruisstruik

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Baccharis is afgeleid van het Griekse bakkaris (een geurige wortel). Halimifolia betekent met blad als Halimus.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Fanerofyt

Hoofdbloei: Augustus t/m oktober.

Afmeting: 1-3(-6) meter.


Daderot - Public Domain


James H. Miller en Ted Bodner - cc by 3.0


Globetrotter19 - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Wortels


mam.ansp.org - cc by-nc 3.0

Takken: Een snelle groeier. Een matig uitstaande struik.


James H. Miller en Ted Bodner - cc by 3.0


David J. Stang - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Bladeren: De wintergroene, verspreidstaande bladeren zijn meestal ruitvormig tot omgekeerd eirond, groen zilverachtig en met een leerachtige textuur. Ze zijn voornamelijk in de bovenste helft grof getand en hebben aan beide zijden kleverige, zittende klieren. Een bladverliezende struik.


James H. Miller en Ted Bodner - cc by 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Tweehuizig. De buisvormige bloemen zijn witachtig tot geelwit. De zittende, 0,5-1 cm lange hoofdjes vormen groepjes van drie tot acht in een wijd vertakte bloeiwijze. Ze groeien aan het uiteinde van de takken van de plant (eindstandige bloemhoofdjes). De groene omwindselbladen zijn meerrijig. De binnenste zijn roodgerand. Een windbestuiver.


Bob Peterson - cc by-sa 2.0


Consultaplantas - cc by 3.0


Katja Schulz - cc by 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden: Na de bloei krijgt het bloemhoofdje een penseelvormig uiterlijk. De weinige pappusharen van de nootjes zijn aan de top lang geveerd. Verspreiding van de zaden gaat via de wind. Tweezaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Dcrjsr - cc by 3.0


Ennio Cassanego - cc by-nc-nd 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op droge, kalkrijke, vaak stuivende, verstoorde  grond (zand, grind en niet te zware klei). Windbestendig en zouttolerant.

Groeiplaatsen: Op vloedmerken, in periodiek onderlopend grasland, hoge kwelders, duinen (primaire duintjes en duinstruikgewas), stranden, heggen, bermen, opgespoten terreinen en braakliggende akkers.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk langs de Atlantische kust van Noord-Amerika en het noordoostelijk deel van de Golf van Mexico. In Europa werd struikaster waarschijnlijk voor het eerst in 1683 als sierplant geïntroduceerd in Frankrijk.

Nederland: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam. Sinds 2003 op Goeree.

Vlaanderen: Ingeburgerd. Zeldzaam. Voor het eerst in het wild waargenomen in 1948 in Oostende.

Wallonië: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

Toepassingen en wetenswaardigheden

Vroeger vaak toegepast in siertuinen en in de duinen. Vandaaruit verwilderd in met name Zuidwest-Europa. De verwildering heeft in Spanje en Frankrijk al problemen veroorzaakt. De zaadproductie is erg groot en de lichte zaden kunnen door de wind ver verspreid worden. Struikaster dringt aldus natuurgebieden binnen. Het stuifmeel kan allergische reacties verorzaken. De zaden en de bladeren zijn giftig en zelfs dodelijk voor schapen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl