Wilde planten in Nederland en België

Stinkend streepzaad - Crepis foetida

Frysk:

English: Stinking Hawk`s-Beard

Français: Crépide fétide

Deutsch: Stinkender Pippau

Synoniemen: Barkhausia foetida

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Streepzaad is afgeleid van de vele ribben op het zaad. Crepis komt van het Griekse krepis (schoenzool) en slaat op de plat op de bodem liggende wortelbladen. Foetida betekent stinkend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig, tweejarig of meerjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt of hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m september.

Afmeting: 10-50 cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een penwortel.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De stengels zijn vanaf de voet of het midden vertakt. Ze zijn vrij sterk behaard en bevatten gelig melksap. De vrij lange bloemhoofdjesstelen zijn naar boven toe iets verdikt.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladen zijn behaard en verspreiden een sterke geur. De onderste bladen zijn elliptisch en boven het midden het breedst. Ze zijn getand tot dubbel veerspletig. De stengelbladen zijn smaller en zittend. Ze hebben afgeronde oortjes en zijn stengelomvattend.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes vormen losse schermvormige pluimen. De hoofdjes zijn 1½-2 cm groot en knikken voor het opengaan. Ze zijn min of meer bekervormig. De lintbloemen zijn citroengeel en de buitenste zijn aan de onderkant roodachtig. De stijlen zijn meestal geel. Het omwindsel is grijsharig. Alle omwindselbladen zijn aanliggend en de binnenste zijn ook aan de binnenkant behaard.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaadjes langs de rand zijn kleiner dan de binnenste zaadjes. De randnootjes zijn niet of kort gesnaveld, de andere zaden zijn lang gesnaveld. Het vruchtpluis is wit. Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


©2006 Digital Plant Atlas -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen op droge, voedselarme, kalkrijke grond (stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bermen, ruderale plaatsen, ruigten (kalkrijke ruigten), grindafzettingen, zuidhellingen, afgravingen (grindgroeven) en langs paadjes in mergelgroeven.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië en Zuid-, Midden- en West-Europa. Noordelijk tot in Zuid-Nederland, Midden-België, Zuid-Engeland en Midden-Duitsland.

Nederland: Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg, o.a. op de Sint-Pietersberg.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
Wallonië:
Zeer zeldzaam. Het meest nog in het Maasgebied en in Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 16, Jan Kops en F.W. van Eeden (1881)


Grijscruyt
Cruijdeboek, deel 5, Rembert Dodoens. Cruyden, wortelen ende vruchten, diemen in die spijse ghebruyckt (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL