Wilde planten in Nederland en België

Stijf havikskruid - Hieracium sectie Tridentata

Frysk: Steil haukkrûd

English: Smooth Hawkweed

Français: Epernère lisse

Deutsch: Glattes Habichtskraut

Synoniemen: Hieracium laevigatum, Hieracium tridentatum, Hieracium rigidum

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Hieracium komt van het Griekse hierax (havik). De Oude Grieken meenden, dat de havik van deze planten gebruik maakte, om zijn gezichtsvermogen te versterken. Laevigatum betekent glad (alsof het gepolijst is).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli t/m november.

Afmeting: 15-120 cm.


Udo Schmidt -
CC BY-SA 2.0


Danny S. - Public Domain


Konrad Lackerbeck -
CC0


Alogiraf -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een penwortel. Geen uitlopers.


plant.depo.msu.ru -
CC BY 4.0


files.plutof.ut.ee -
CC BY-NC 4.0


europeana.eu -
CC BY 3.0


europeana.eu -
CC-BY-NC-SA-3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn in de bovenste helft of soms al vanaf de voet vertakt. Het aantal stengelbladen wisselt sterk. De bladen zitten in het midden van de stengel niet opvallend dicht bij elkaar. Met melksap


Udo Schmidt -
CC BY-SA 2.0


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


http://nargil.ir/plant/images/plants/


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: Eerst wordt er een wortelrozet ontwikkelt. Soms zijn tijdens de bloei nog één of twee rozetbladen aanwezig. De verspreidstaande, behaarde (meestal vijf tot vijfendertig) stengelbladen zijn langwerpig, lancetvormig tot smal lancetvormig. In het midden of iets eronder zijn ze het breedst. Forse planten hebben vaak grof getande bladen, maar tengere planten vaak bladen met een gave rand. Meestal zijn de bladen naar de voet versmald, met een wigvormige voet (vrijwel) zittend, maar niet halfstengelomvattend. Ze staan op enige afstand van elkaar.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De gele bloemhoofdjes staan meestal in een tuilvormige bloeiwijze. Er zijn alleen lintbloemen. De omwindsels zonder of met weinig haren en/of klieren. De omwindselblaadjes staan niet af (ze liggen tegen de bloemhoofdjesbodem aan) en vaak heeft een aantal een toegespitste top. De stijlen zijn geel tot bruin. De bloemhoofdjesbodem is maar weinig behaard. De tanden rondom de putjes van de bloemhoofdjesbodem zijn niet haarachtig verlengd.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Udo Schmidt -
CC BY-SA 2.0


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De nootjes zijn langer dan 2,5 mm, met aan de top een onduidelijke ring. De pappusharen zijn glad of soms fijn getand. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Marie Hus - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Marie Hus - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


©2006 Digital Plant Atlas -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure grond (zand, lemig zand, uitgeloogd leem, löss, zavel, veen en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, naaldbossen en langs bospaden), bosranden, bermen, langs holle wegen, langs zandwegen in heidegebieden, zandige kanaaldijken, langs spoorwegen (spoorbermen), muren (o.a. kademuren) en grasland (schraal onbemest hooiland in heide- en veengebieden, oud trilveen en veenmosrietland).

Verspreiding

Wereld: In het grootste deel van Europa, zuidelijk tot de Pyreneeën, Noord-Italië en Bulgarije. Mogelijk ook elders in gematigde en koude streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Algemeen in het oosten en midden van het land en in Zuid-Limburg. Eders zeer zeldzaam of ontbrekend.

Vlaanderen: Algemeen. Het meest in de Kempen, het Maasgebied en in de Leemstreek.
Wallonië:
Algemeen. Het meest in de Ardennen en het Maasgebied.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL