Klaas Dijkstra

Stijf hardgras
Catapodium rigidum


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Stijf hardgras of Catapodium rigidum is een soort uit de Grassenfamilie (Poaceae).
  • Het is een eenjarig, 2-20 cm hoog grasje.
  • Rechtopstaande of opstijgende stengels.
  • Jonge planten hebben sikkelvormig gekromde bladen.
  • Stijf hardgras bloeit van mei t/m juli.
  • Een pluimvormige bloeiwijze met vaak tot over het midden korte, iets uitstaande zijtakken en kort gesteelde aartjes.
  • Stijf hardgras groeit op zonnige, open plaatsen op droge, voedselarme, kalkrijke, humusarme grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. oude muren, tussen straatstenen, steengroeven, steile mergelhellingen, kalkgrasland en in de duinen.
  • Stijf hardgras komt voor in Zuid- en West-Europa, Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en op enkele eilanden in de Atlantische Oceaan.
  • In Nederland en België is het een zeldzaam inheems gras.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Stiif stâltsje

English Fern-grass

Français Catapode rigide

Deutsch Steifgras

Synoniemen Desmazeria rigida, Scleropoa rigida, Festuca rigida

Familie Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Catapodium is afgeleid van de Griekse woorden kata (naar beneden) en podion (voet). Rigidum betekent stijf.

Levensduur Eenjarig.

Plantvorm Therofyt.

Hoofdbloei Mei t/m juli.

Afmeting 2-20 cm.


wwassdorf - cc by-nc 4.0


Annika Lindqvist - cc by 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Giovanni Perico - cc by-nc 4.0

Wortels


Harry Rose - cc by 2.0


Jean-Luc Gorremans - cc by-sa 2.0 fr


Florent Beck - cc by-sa 2.0 fr


Genevieve Botti - cc by-sa 2.0 fr

Stengels De stengels staan rechtop of zijn opstijgend.


Carrie Jenkins - cc by-nc 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Harry Rose - cc by 2.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Bladeren De onderste bladscheden zijn lichter dan die van laksteeltje. Jonge planten hebben sikkelvormig gekromde bladen.


Teri - cc by-nc 4.0


Harry Rose - cc by 2.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Harry Rose - cc by 2.0

Bloemen Tweeslachtig. De bloeiwijze is pluimvormig en heeft vaak tot over het midden korte, iets uitstaande zijtakken. De kort gesteelde aartjes zitten meestal niet duidelijk in twee rijen. De aartjes vallen na de bloei snel uiteen. Het onderste kelkkafje is 1-2 mm lang en het bovenste is 1½-2½ mm lang.


Adrie van Heerden - verspreidingsatlas


Adrie van Heerden - verspreidingsatlas


Harry Rose - cc by 2.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


Liliane Roubaudi - cc by-sa 2.0 fr


José Luis Romero Rego - cc by-sa 2.0 fr


Tracey Slotta - USDA-NRCS PLANTS Database


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge, voedselarme, kalkrijke, humusarme grond (mergel en stenige plaatsen, soms op zand).

Groeiplaatsen Oude muren, tussen straatstenen (meestal tijdelijk), steengroeven, steile rotsachtige wanden in mergelhellingen, kalkgrasland en in de duinen.

Verspreiding

Wereld Zuid- en West-Europa, Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en op enkele eilanden in de Atlantische Oceaan.

Nederland Inheems. Zeldzaam.

België Inheems. Zeldzaam.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0