Wilde planten in Nederland en België

Smal tandzaad - Bidens connata

Frysk: Frjemde foarkestekker

English: London bur-marigold

Français: Bident à feuilles connées

Deutsch: Verwachsenblättriger Zweizahn

Synoniemen: Bidens connatus, Vergeten tandzaad, Vergroeidbladig tandzaad

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Bidens komt van het Latijnse bis (twee) en dens (tand), verwijzend naar de vrucht. Connata betekent samengegroeid of verbonden.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Augustus t/m oktober.

Afmeting: 15-100 cm.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


Michele Adorni -
CC BY-NC-ND 4.0


Enrico Romani -
CC BY-NC-ND 4.0


Enrico Romani -
CC BY-NC-ND 4.0

Wortels


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De slanke stengels zijn vanaf de voet afstaand vertakt. Vaak zijn ze donkerrood.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Dominique Remaud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De kale bladen lijken veel op die van Veerdelig tandzaad. Meestal zijn ze ongedeeld. Vooral onder het midden zijn ze grof gezaagd tot gelobd. Ze zijn in een gevleugelde steel versmald. De onderste bladen zijn soms veervormig gedeeld.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


Fornax -
CC BY-SA 3.0


Dominique Remaud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemstelen staan rechtop. Het bloemhoofdje is geel. Lintbloemen worden er maar heel zelden gevormd. Het buitenomwindsel heeft twee tot zes blaadjes. Deze zijn vrij groot (maar vaak duidelijk verschillend in lengte), bladachtig, vrijwel ongewimperd, vaak met enige tanden en meestal verscheidene malen groter dan de middellijn van de hoofdjes.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


© Han Beeuwkes - verspreidingsatlas.nl


Fornax -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: De nootjes (tenminste de randstandige nootjes) zijn knobbelig. Aan de top zijn ze niet kraakbeenachtig, scherp drie- tot zeskantig, maar de meeste zijn vierkantig. Vaak hebben ze stekeltjes en vier of vijf vruchtpluisnaalden. Tweezaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Enrico Romani -
CC BY-NC-ND 4.0


Enrico Romani -
CC BY-NC-ND 4.0


©2006 Digital Plant Atlas -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op natte, matig voedselarme tot voedselrijke, met name stikstofrijke, zwak zure of iets kalkhoudende grond (het meest op zand en laagveen).

Groeiplaatsen: Waterkanten (langs sloten in veenweidegebieden, kanalen, vaarten, plassen, langs droogvallende vijvers en langs beken en grachten).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Aldaar in verscheidene variëteiten. Een daarvan is ingeburgerd in Europa (var.fallax), sinds de tweede helft van de 19de eeuw in Midden-Europa en vervolgens ook in West-Europa.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen. Het meest in het noorden en westen. Voor het eerst in 1913 gevonden te Dordrecht.

Vlaanderen: Vrij algemeen ingeburgerd. Het meest in de Kempen. Voor het eerst gevonden aan het begin van de twintigste eeuw.
Wallonië:
Zeer zeldzaam ingeburgerd. Het meest langs de Maas. Voor het eerst gevonden omstreeks 1955.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 25, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1920)

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL