Smalle aster - Symphyotrichum lanceolatum

Frysk: Smelle aster

English: Narrow-leaved Michaelmas-daisy

Français: Aster lancéolé

Deutsch: Lanzettblättrige Aster

Synoniemen: Lancetbladige aster, Aster lanceolatus, Kleine aster, Aster tradescantii

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Aster betekent ster, vanwege de stervormige bloemhoofdjes. Symphyotrichum heeft als wortel het Griekse symph, wat " samenkomen" betekent en trichum, wat haar betekent. Lanceolatum betekent lancetvormig.

Kruising: Wilgaster (Symphyotrichum x salignum) is de kruising van Nieuw-Nederlandse aster en Smalle aster.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Augustus t/m oktober.

Afmeting: 40-160 cm.


P.F. Stolwijk - cc by-nc-sa 3.0 nl


Enrico Romani - cc by-nc-nd 4.0


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Augustin Roche - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Wortels: De plant breidt zich voornamelijk uit via de lange wortelstokken.


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0


bisque.iplantcollaborative.org - cc by-nc 3.0


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn groen en soms paarsrood aangelopen. Ze hebben uitlopers en vormen zo groepen.


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Lacroix-falgarde - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Mathieu Menand - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Bladeren: De langwerpige bladen zijn kaal. Ze hebben een gave of iets getande rand en een versmalde, zittende voet.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Mathieu Menand - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Bloemen: Polygaam. De bloemhoofdjes (veertig tot drie-en-tachtig bloemen per hoofdje) vormen samen dichte pluimen of tuilen (soms een aar of tros). De laatste vertakkingen van de pluim dragen meestal maar één of twee bladen. De hoofdjes zijn 1,2-2½ cm breed. De lintbloemen zijn lila, wit of blauwpaars. De buisbloemen zijn geel. De klok van de bloemkroon is ten hoogste tot de helft ingesneden, de tanden staan tijdens de bloei rechtop tot afstaand. Het omwindsel is 4,7-7 mm hoog. De buitenste omwindselbladen hebben geen smalle groene top.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Fritzflohrreynolds - cc by-sa 3.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Vruchten en zaden: Een nootje. Het pappus is 4,7-7,4 mm lang.. Tweezaadlobbig.


Dominique Remaud - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Dominique Remaud - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Guus de Vries - waarneming.nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselrijke tot voedselrijke grond.

Groeiplaatsen: Ruigten, langs spoorwegen (spoorbermen), waterkanten (sloten, rivierkribben en ruigten langs rivieren en kanalen), ruderale plaatsen en braakliggende grond in steden.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Noord-Amerika.

Nederland: Ingeburgerd tussen 1975 en 1999. Vrij  zeldzaam.

Vlaanderen: Ingeburgerd. Vrij algemeen.

Wallonië: Ingeburgerd. Vrij algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl