Wilde planten in Nederland en België

Slipbladige rudbeckia - Rudbeckia laciniata

Frysk:

English: Coneflower

Français: Rudbeckia lacinié

Deutsch: Schlitzblättriger Sonnenhut

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Rudbeckia is door Linnaeus genoemd naar zijn leraar Olaf Rudbeck, een Zweedse botanist (1660-1710). Laciniata betekent gelobd.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: (Juli-)augustus t/m oktober.

Afmeting: 80-200 cm.


Pleple2000 -
CC BY-SA 3.0


Magnus Manske -
CC BY-SA 3.0


BotBln -
CC BY-SA 3.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Een houtige wortelstok.


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


cdn.flmnh.ufl.edu -
CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn bovenaan vertakt. Ze zijn vrijwel kaal en enigszins grijsgroen.


dsmorris -
CC BY 4.0


Averater - CC BY 4.0


Urban
- Public Domain


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De verspreidstaande bladen zijn gesteeld en grof getand tot gaafrandig. De onderste bladen zijn diep drie- tot zevendelig. De slippen zijn grof getand tot dieper ingesneden. De middelste bladen zijn meestal driedelig en de bovenste ongedeeld.


Gertjan van Mill -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Σ 64 -
CC BY-SA 3.0


Pleple2000 -
CC BY-SA 3.0


Magnus Manske -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Polygaam. De bloemhoofdjes staan afzonderlijk of met enkele bij elkaar. Ze zijn 6-10 cm en hebben een lange steel. De lintbloemen en buisbloemen zijn goudgeel. Ze hebben een geelgroene kegelvormig gewelfde schijf.


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


Gertjan van Mill -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Gertjan van Mill -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Pleple2000 -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het vruchtpluis vormt een getand 'kroontje'. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Pleple2000 -
CC BY-SA 3.0


©2006 Digital Plant Atlas -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op natte, (zeer) voedselrijke grond.

Groeiplaatsen: Waterkanten (rivieren, beken en kanalen), moerassen (verlandingszones van kolken en rietland), rivierdijken, ruigten (natte ruigten en rivierbegeleidende ruigten) en bosranden (grienden).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Ingeburgerd in Europa, vooral in Midden-Europa, maar ook in Groot-Brittannië.

Nederland: Ingeburgerd in de 19de eeuw. Zeldzaam. Vaak onbestendig.

Vlaanderen: Ingeburgerd (in de vallei van de Kleine Nete bij Lier al zeker sinds 1849). Zeldzaam.
Wallonië:
Ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL