Klaas Dijkstra

Sleedoorn
Prunus spinosa


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Sleedoorn of Prunus spinosa is een soort uit de Rozenfamilie (Rosaceae).
  • Het is een 1½-3 meter hoge struik.
  • Veel wortelopslag.
  • Een donkerbruine of bijna zwarte bast.
  • Oudere takken eindigen in een doorn.
  • Verspreidstaande, eironde of lancetvormige, gezaagde, 2-4 cm lange bladeren met de grootste breedte boven het midden.
  • Sleedoorn bloeit in april en mei.
  • Alleenstaande, witte, 1-1,5 cm grote bloemen dicht bij elkaar aan korte takjes. Ze verschijnen meestal iets voor de bladeren.
  • Zeer zure, 1-1½ cm grote, harde, bolvormige of eivormige, blauwe of blauwzwarte vruchten.
  • Sleedoorn groeit op zonnige of half beschaduwde plaatsen op vochthoudende, matig voedselrijke, vaak kalkhoudende grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. lichte loofbossen, heggen, bosranden, struwelen, kapvlakten, bermen, dijken, duinen, zandige uiterwaarden, kleigroeven, steile kalkhellingen, steile kanten langs akkers, spoorbermen en zandduintjes langs rivieren.
  • Sleedoorn komt voornamelijk voor in Europa.
  • In Nederland en België is deze inheemse struik algemeen.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Krikelbeam

English Blackthorn

Français Epine noire

Deutsch Schlehe

Synoniemen

Familie Rosaceae (Rozenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Prunus is misschien afgeleid van het Griekse prooinos (vroegtijdig), dat op het vroeg rijp zijn van de vruchten van de wilde pruim zou slaan. Spinosa betekent met dorens.

Kruising Sleedoorn kan een kruising vormen met Pruim (Prunus x fruticans).

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Fanerofyt.

Hoofdbloei April en mei.

Afmeting 1½-3 meter.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Wortels Veel wortelopslag.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Stam De bast is donkerbruin of bijna zwart.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Takken Oudere takken eindigen in een doorn. Jonge takken zijn dof viltig. De bast is zwartachtig.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bladeren De bladsteel is 0,4-1 cm lang. De verspreidstaande, eironde of lancetvormige bladeren hebben de grootste breedte boven het midden. Ze zijn matgroen, gezaagd en 2-4 cm lang.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bloemen Tweeslachtig. De alleenstaande bloemen groeien dicht bij elkaar aan korte takjes. Ze verschijnen meestal iets voor de bladeren en worden 1-1,5 cm. De vijf kroonbladen zijn wit, langwerpig en 5-8 mm lang. De vijf kelkbladen zijn onregelmatig en fijn getand. Een bloem bevat ongeveer twintig meeldraden. Het vruchtbeginsel is bovenstandig met één stijl en stempel.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden Een steenvrucht. De 1-1½ cm grote, wrange, zeer zure, zwak giftige, rechtopstaande, harde, blauw of blauwzwarte, sterk berijpte vruchten zijn bolvormig of eivormig, op korte stelen. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige of half beschaduwde plaatsen (vaak als pionier) op vrij droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, zwak zure tot vaak kalkhoudende grond (lemig zand, mergel, löss, leem, zavel, klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen Lichte plaatsen in loofbossen, heggen, bosranden, struwelen, kapvlakten, bermen, dijken, duinen, zandige uiterwaarden, kleigroeven, steile kalkhellingen, steile kanten langs akkers, spoorbermen en zandduintjes langs rivieren.

Verspreiding

Wereld Europa, noordelijk tot in Zuid-Scandinavië. Ook in Zuidwest-Azië en Noordwest-Afrika.

Nederland Inheems. Algemeen.

België Inheems. Algemeen.

Toepassingen

Van de vruchten (sleeën) maakt men jam en wijn. Ook worden ze gebruikt om gin op smaak te brengen. Het spinthout is lichtgeel, het kernhout bruin. Het is sterk en hard met een mooie glans. Het wordt hoofdzakelijk gebruikt voor tanden van grasharken en wandelstokken. Door het dicht vertakt stelsel van ondergrondse stengeldelen met vele jonge loten, houdt de struik op hellingen de grond goed vast.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0