Sleedoorn

Namen

Wetenschappelijk: Prunus spinosa

Nederlands: Sleedoorn

Frysk: Krikelbeam

English: Blackthorn

Français: Epine noire

Deutsch: Schlehe

Familie: Rozenfamilie, Rosaceae

Geslacht: Prunus

Kruising: Sleedoorn kan een kruising vormen met Pruim (Prunus x fruticans).

Naamgeving: Prunus is misschien afgeleid van het Griekse prooinos (vroegtijdig), dat op het vroeg rijp zijn van de vruchten van de wilde pruim zou slaan. Spinosa betekent met dorens.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Maart, april en mei.

Afmeting: 1½-3 meter.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Veel wortelopslag

Stam: De bast is donkerbruin of vrij zwart.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Takken: Oudere takken eindigen in een doorn, jonge takken zijn dof viltig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De eironde tot lancetvormige bladeren hebben de grootste breedte boven het midden. Ze zijn matgroen, gezaagd en 2-4 cm. De bladsteel is 0,4-1 cm lang.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande bloemen groeien dicht bij elkaar aan korte takjes. Ze verschijnen voor de bladeren en worden 1-1,5 cm. De kroonbladen zijn wit, langwerpig en 5-8 mm lang. De kelkbladen zijn onregelmatig en fijn getand. Een bloem bevat ongeveer twintig meeldraden.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een steenvrucht. De rechtopstaande vruchten zijn bolvormig tot eivormig, 1-1½ cm in doorsnee en blauw tot blauwzwart van kleur. Ze groeien op korte stelen en zijn wrang van smaak. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen (vaak als pionier) op vrij droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, zwak zure tot vaak kalkhoudende grond (lemig zand, mergel, löss, leem, zavel, klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (lichte plaatsen in loofbossen), heggen, bosranden, struwelen, kapvlakten, bermen, dijken, zeeduinen, zandige uiterwaarden, afgravingen (kleigroeven), steile kalkhellingen, akkers (steile kanten langs akkers), langs spoorwegen (spoorbermen) en rivierduinen (zandduintjes langs rivieren).

Verspreiding

Wereld: Europa, noordelijk tot in Zuid-Scandinavië en zuidelijk tot in Midden-Spanje en het zuidoosten van de Kaukasus. Ook in Zuidwest-Azië en Noordwest-Afrika. Ingeburgerd in Noord-Amerika en Nieuw-Zeeland.

Sleedoorn - Prunus spinosa

Nederland: Vrij algemeen in het zuidoosten, op de zandgronden en in de duinstreek en zeldzaam in Zuid-en Noord-Holland en het Fries-Groningse kleigebied.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Sleedoorn

verspreidingsatlas.nl

Sleedoorn x Pruim

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen, maar minder algemeen in de Kempen en de Vlaamse zandstreek.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Sleedoorn - Prunus spinosa

Wallonië: Algemeen.

Toepassingen

Van de vruchten (sleeën) maakt men jam en wijn. Ook worden ze gebruikt om gin op smaak te brengen. Het spinthout is lichtgeel, het kernhout bruin. Het is sterk en hard met een mooie glans. Het wordt hoofdzakelijk gebruikt voor tanden van grasharken en wandelstokken. Door het dicht vertakt stelsel van ondergrondse stengeldelen met vele jonge loten, houdt de struik op hellingen de grond goed vast.

Oude illustraties

Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)

Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)

Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm

Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)

Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)

Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2017 K.M. Dijkstra