Wilde planten in Nederland en Belgiė

Schorrenzoutgras - Triglochin maritima

Frysk: Seesāltgers

English: Sea Arrowgrass

Franēais: Troscart maritime

Deutsch: Stranddreizack

Synoniemen: Triglochin maritimum

Familie: Juncaginaceae (Zoutgrasfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Triglochin komt van het Griekse tria (drie) en glochis (spits of punt), de vrucht van is van onderen driekantig. Maritima betekent van de zee.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m augustus.

Afmeting: 15-50 cm.


Duarte Frade - cc by 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


M. Goff - cc by-nc-sa 4.0


Mike Oldham - cc by-nc 4.0

Wortels: Een krachtige, korte, schuin-opstijgende wortelstok, die door witachtige scheden omhuld is. Er zijn geen uitlopers.


imago.indiana.edu - cc by-nc 3.0


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0


swbiodiversity.org - cc0-1.0


s.idigbio.org - cc by-nc 3.0

Stengels: De rechtopstaande, tot 4 mm dikke stengels zijn kaal. De stengelvoet en de bladbundels staan vaak scheef af. De stengel is langer dan de bladen. De rechtopstaande bloemstelen zijn korter dan de vrucht. Schorrenzoutgras vormt pollen.


Ludmila Pozhidaeva - cc by-nc 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


sydcannings - cc by-nc 4.0

Bladeren: De lijnvormige, half cilindrisch-gootvormige, iete vlezige bladeren zijn halfrond op doorsnede en worden tot 40 cm lang en 0,4 cm breed. Ze hebben een driehoekig tongetje van gemiddeld een ½ cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


Stephen James McWilliam - cc by 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De kortgesteelde bloemen groeien in lange aren, meestal zonder topbloem. De bloemtrossen zijn vrij dicht en verlengen zich maar weinig na de bloei. De bloemen zijn groen, aan de rand witachtig-vliezig, naar boven roodachtig en 3-4 mm groot. Er zijn zes stempels.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Vruchten en zaden: Een splitvrucht. De zeshoekige vruchten zijn langwerpig-eivormig, 3-6 mm lang en 2-3 mm breed en onder de top samengesnoerd. Ze zitten niet tegen de as aangedrukt. Ze bevatten zes hokken en in alle hokken zitten zaden. Zespringen met zes kleppen open, die een afgeronde voet hebben. De vruchttros is verlengd met vele vruchtjes, die op uitgespreide rechtopstaande stelen staan, die korter zijn dan de vruchtjes. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Tweezaadlobbig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, zilte (zelden niet zilte), slibrijke grond (zand en veen).

Groeiplaatsen: Kwelders (schorren), strandweiden, waterkanten (brak water, greppels en gegraven poeltjes, bij riviermondingen), zeeduinen (strandvlakten met zoet kwelwater uit de duinen en duinvalleien), ingedijkte kwelders, grasland (brak grasland, plekjes met brakke kwel in grasland en soms in onbemest, niet-zilt grasland nabij de kust) en zelden in veengebieden op grote afstand van de kust.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk in koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Inheems. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Zeldzaam.

Walloniė: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

©2001-2022 K.M. Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl