Scherpe fijnstraal - Erigeron acris

Frysk: Wyld tongersied

English: Blue Fleabane, Bitter daisy

Français: Vergerette âcre

Deutsch: Scharfes Berufkraut

Synoniemen: Erigeron acer

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Fijnstraal slaat op de fijne straalbloemen. Erigeron is samengesteld uit eri (vroeg) en geron (grijs). De naam slaat op het grijze zaadpluis dat snel na de bloei in grote hoeveelheden verschijnt. Acer is het Latijnse woord voor scherp, naar de smaak van de plant.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend of vaak tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus.

Afmeting: 20-50 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Matti Virtala - cc0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Wortels: Een korte wortelstok.


Dean Wm. Taylor - cc by 2.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels: Scherpe fijnstraal heeft één of enkele rechtopstaande of opstijgende, vaak wat bochtige en meestal alleen in de bloeiwijze vertakte bloeistengels. Ze zijn vrij ruw behaard en vaak paars aangelopen.


© Wijnand van Buuren - verspreidingsatlas.nl


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Bernd Haynold - cc by-sa 2.5

Bladeren: De overblijvende, onderste bladen vormen een rozet, dat tijdens de bloei nog aanwezig is. Deze bladen zijn gegolfd, spatelvormig en hebben een gevleugelde steel. Meestal is de rand gaaf. De bovenste zijn langwerpig en zittend.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Kristian Peters - cc by-sa 3.0


Christian Fischer - cc by-sa 3.0

Bloemen: Polygaam. De bloemhoofdjes groeien in trossen of schermvormige pluimen, maar soms staan de bloemen afzonderlijk. De hoofdjes zijn 0,5-1,4 cm breed. De draaddunne vrouwelijke lintbloemen staan rechtop. Deze zijn roodpaars, roze of lila en niet weinig langer dan de omwindeelbladen. Ze zijn ongeveer 2 mm lang en 0,1-0,3 mm breed. De buisbloemen zijn gelig en tweeslachtig, maar er zijn ook enkele rijen draaddunne, bleke, vrouwelijke buisbloemen. De omwindselbladen zijn vaak paarsig en dicht behaard.


© Wijnand van Buuren - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten en zaden: De nootjes zijn 2-3 mm lang. Het vruchtpluis is wit, gelig of roodachtig. Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op matig droge tot vochtige, matig voedselarme, zwak zure tot basische (kalkhoudende), goed doorlatende, iets humushoudende grond (zand, leem, mergel, zavel, lichte klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bermen (open plekken), dijken, rotsachtige plaatsen, zeeduinen, open plaatsen in kruipwilgstruweel, grasland (droog, neutraal grasland, kalkhellingen en open plekken in laagblijvend grasland), afgravingen (o.a. steengroeven), langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen), tussen straatstenen, steentaluds van viaducten, opgespoten grond, drooggevallen zandplaten, oude muren en lemige plekken in grazige heide.

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond. Een andere vorm in Noord-Amerika.

Nederland: Inheems. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Zeldzaam.

Wallonë: Inheems. Zeldzaam.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl