Klaas Dijkstra

Schedefonteinkruid
Stuckenia pectinata


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Schedefonteinkruid of Stuckenia pectinata is een soort uit de Fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae).
  • Het is een overblijvende, 20-300 cm lange waterplant.
  • Een ver kruipende, tot 1,5 mm dikke, sterk vertakte wortelstok met knolletjes.
  • Draadvormige, tot 1 mm dikke, rondachtig samengedrukte, rijk gaffelvormig vertakte stengels die soms enige meters lang worden.
  • De ondergedoken bladen zijn grasachtig, rolrond-draadvormig of zeer smal lijnvormig en 2-15 cm lang en 0,5-2,5 mm breed.
  • Schedefonteinkruid bloeit van juni t/m september.
  • Onderbroken, lang gesteelde, 2-5 cm lange aren aan het eind van de stengels, met groene of bruinachtige bloemen.
  • Bruine, bijna halfcirkelvormige, 3-5 mm lange en 2-3 mm brede vruchtjes met bovenaan een kort spitsje.
  • Schedefonteinkruid groeit op zonnige plaatsen in ondiep, matig voedselarme tot voedselrijk, stilstaand tot matig stromend, brak of zoet, kalkhoudend water.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. rivieren, vijvers, beken, getijdengebieden, kreken, kanalen, grachten, brede sloten, veedrinkpoelen, duinplassen en zand- en kleigroeven.
  • Schedefonteinkruid komt voor in alle werelddelen.
  • In Nederland en België is het algemene, inheemse waterplant.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Knopich bearzerûch

English Fennel Pondweed

Français Potamot pectiné

Deutsch Kamm-Laichkraut

Synoniemen Potamogeton pectinatus

Familie Potamogetonaceae (Fonteinkruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Potamogeton is afgeleid van het Griekse potamos (rivier) en geiton (buurman), m.a.w. een rivierbewoner. Pectinatus betekent gekamd of kamvormig.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Hydrofyt.

Hoofdbloei Juni t/m september.

Afmeting 20-300 cm.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Cor Nonhof - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


Christian Fischer - cc by-sa 3.0

Wortels De tot 1,5 mm dikke, sterk vertakte wortelstok kruipt ver en heeft knolletjes (in de herfst knolvormig opgezwollen).


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0


Bert Hidding - Public Domain - knolletjes


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0


USFWS Mountain-Prairie - Public Domain

Stengels Een onbehaarde plant. De draadvormige, rondachtig samengedrukte stengels zijn rijk gaffelvormig vertakt en worden soms enige meters lang. Ze zijn tot 1 mm dik, met meestal 1,5 tot 4 cm lange leden.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


ramazan_murtazaliev - cc by-nc 4.0


inczi89 - cc by-nc 4.0

Bladeren Alle bladen zijn ondergedoken. Ze zijn grasachtig, rolrond-draadvormig of zeer smal lijnvormig en 2-15 cm lang en 0,5-2,5 mm breed. De bladrand is gaaf, niet getand. Ze hebben duidelijke dwarsnerven. De bladeren hebben een 1-6 cm lange bladschede aan de voet. De bladtop is meestal spits, maar soms stomp. De steunblaadjes worden tot 5 cm lang, zijn schedevormig, niet vergroeid en zijn groen met een witte rand. De onderste is verwijd en heeft een gereduceerde bladschijf.


Jasenka Topic - freenatureimages.eu


mallaliev - cc by-nc 4.0


Christian Fischer - cc by-sa 3.0


Ivlev-Konstantin-Sergeevith - cc by-nc 4.0

Bloemen Tweeslachtig. De onderbroken, lang gesteelde, 2-5 cm lange aren zitten aan het eind van de stengels. Ze drijven in het water. De bloemen zijn groen of bruinachtig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


Panek - cc by-sa 3.0

Vruchten en zaden Een steenvrucht. De vruchtjes zijn bruin en bijna halfcirkelvormig. Aan de rugkant zijn ze gekield of afgerond, de buikzijde is recht tot zwak bolvormig en draagt aan het boveneinde een kort spitsje (een korte snavel). Ze worden 3 tot 5 mm lang en 2 tot 3 mm breed. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Jose Hernandez - USDA-NRCS PLANTS Database


Jose Hernandez - USDA-NRCS PLANTS Database


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige plaatsen in ondiep, matig voedselarme tot voedselrijk, al dan niet vervuild, stilstaand tot matig stromend, brak of zoet, kalkhoudend water met een modderige bodem (voornamelijk op minerale grond, weinig op veen).

Groeiplaatsen Rivieren, vijvers, beken, geulen in getijdengebieden, kreken, af en toe doorstroomde rivierarmen, kanalen, grachten, brede sloten, veedrinkpoelen, plassen, duinplassen, zand- en kleigroeven, brakke kleiputten achter de zeedijk, infiltratiegeulen en aan de rand van het IJsselmeer.

Verspreiding

Wereld In alle werelddelen.

Nederland Inheems. Algemeen.

Belgi Inheems. Algemeen.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0