Schaduwkruiskruid - Senecio ovatus

Frysk: Strewielkrúswoartel

English: Wood Ragwort

Français: Séneçon de Fuchs

Deutsch: Fuchs-Greiskraut

Synoniemen: Senecio nemorensis, Senecio fuchsii

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam kruiskruid is misschien ontstaan door de kruisgewijs staande bladen, maar meer waarschijnlijk is dat het een verbastering is van de Duitse naam Greiskraut. Senecio komt van senex (grijsaard), om het spoedig zichtbaar wordende vruchtpluis. Nemorensis betekent van het bos.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli t/m september.

Afmeting: 60-150 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels: Een korte wortelstok met vaak korte uitlopers.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


© Dipi-Uniud - cc by-nc-nd 2.5 it


europeana.eu - cc0

Stengels: De rechtopstaande, geribde stengels zijn vaak vrij sterk vertakt (met name in het bovenste deel), kantig, dicht bebladerd en weinig of niet behaard. Vaak hebben ze ze een roodachtige kleur.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren: De verspreidstaande, zittende bladen zijn langwerpig tot lancetvormig met een versmalde voet (de bovenste bladen zijn gesteeld of steelvormig versmald). De bladrand is getand (opzij wijzende tanden). Alleen aan de onderkant zijn ze behaard.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen: Polygaam. De 2-3 cm grote bloemhoofdjes zitten in brede schermvormige pluimen. De twee tot zeven onregelmatig geplaatste lintbloemen zijn geel en vaak iets teruggeslagen. Ook veel buisbloemen zijn er niet te vinden in een bloem. In de binnenste omwindselkrans zitten zes tot negen rolronde omwindselblaadjes. De omwindselbladen hebben een zwarte top. Bloemen met vijf vergroeide meeldraden en een onderstandig vruchtbeginsel met een stijl en twee stempels.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden: De geribde nootjes zijn kaal en het vruchtpluis is geelachtig wit. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Giftigheid: Giftig.

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende, humeuze grond (leem en löss).

Groeiplaatsen: Bossen (lichte plekken in loofbossen en hellingbossen), bosranden, struwelen, kapvlakten, brandvlakten, stormvlakten, langs spoorwegen (spoorbermen) en bermen.

Verspreiding

Wereld: Europa en  in delen van Azië.

Nederland: Inheems. Zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Vrij zeldzaam..

Wallonië: Inheems. Algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl