Klaas Dijkstra

Schaafstro
Equisetum hyemale


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Schaafstro of Equisetum hyemale is een soort uit de Paardenstaartenfamilie (Equisetaceae).
  • Het is een overblijvende, meestal 40-90 cm hoge paardenstaart.
  • Vaak zodenvormend.
  • Een kale wortelstok met lange leden.
  • Wintergroene, rechtopstaande, 0,5-1 meter lange en 3-6 mm dikke, zeer ruwe stengels, die meestal niet vertakt zijn en met vele lage, duidelijke ribben (15-25 groeven) en op de knopen zijn ze iets ingesnoerd.
  • De tot 9 mm lange bladkransen sluiten nauw om de stengel of zijn bekervormig en dan naar boven toe iets afstaand.
  • Schaafstro heeft rijpe sporen van mei t/m augustus.
  • De 8-15 mm lange en 4-6 mm brede, eivormige sporenaar met een scherpe spits.
  • Schaafstro groeit op zonnige of vaak licht beschaduwde plaatsen op matig droge tot vrij natte, matig voedselarme tot voedselrijke, zwak zure of kalkhoudende grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. loofbossen, moerasbossen met kwel, struwelen, langs stromend water, ruigten, zandige riverdijken, weiden, langs spoorwegen, verstoorde plaatsen in de duinen, klei- en zandgroeven, opgespoten grond, haventerreinen en rivierduinen.
  • Schaafstro komt voor in gematigde en koude streken, voornamelijk op het noordelijk halfrond.
  • In Nederland en België is het een (vrij) zeldzame inheemse soort.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Hurde rûgebal

English Scouring Rush

Français Prêle d'hiver

Deutsch Winter-Schachtelhalm

Synoniemen

Familie Equisetaceae (Paardenstaartenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Equisetum komt van het Latijnse equus (paard) en setum (borstel of haren), omdat veel soorten op een paardenstaart lijken. Hyemale betekent winters of in de winter bloeiend.

Kruisingen Ruwe paardenstaart is de kruising van Schaafstro en Bonte paardenstaart. Vertakt schaafstro (Equisetum x moorei) is de bastaard van Schaafstro en Vertakte paardenstaart. Zie bij Vertakte paardenstaart.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Chamaefyt of geofyt.

Rijpe sporen Mei t/m augustus.

Afmeting 40-90, soms tot 150 cm.


Isasza - cc0


Günter Josef Radig - cc by-sa 3.0


H. Zell - cc by-sa 3.0


Liné1 - cc by-sa 3.0

Wortels Een kale wortelstok met lange leden. Vaak zodenvormend.


lod.ansp.org - cc by-nc 3.0


images.cyberfloralouisiana.com - cc by-nc 3.0


bisque.cyverse.org - cc by-nc 3.0


swbiodiversity.org - cc0-1.0

Stengels De vruchtbare en onvruchtbare stengels zijn gelijk van vorm. De wintergroene, rechtopstaande stengels worden 0,5-1 meter lang en 3-6 mm dik. Ze zijn meestal niet vertakt, donker blauwgroen of dofgroen, zeer ruw, met vele lage, duidelijke ribben (15-25 groeven) en op de knopen iets ingesnoerd (tussen de knopen gezwollen). De stengelomvattende, zeer stijf omsluitende stengelscheden zijn 4-9 mm lang, grijsgroen en meestal met een zwarte band aan de bovenkant (later wordt deze bijna witvliezig, soms met een tweede zwarte band aan de voet of zelden helemaal zwart). De tanden van de schede vallen vroeg af, de vrije rand van de schede is dan zwak regelmatig gekarteld of schijnbaar recht afgesneden. De stengels hebben een wijd middenkanaal (minstens de helft van de doorsnede) en 2-kantige lijsten. Deze lijsten zijn door 1 of 2 hier en daar in elkaar overgaande richels van kiezelknobbels ruw en hard.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Muriel Bendel - cc by-sa 4.0

Bladeren De bladkransen sluiten nauw om de stengel of zijn bekervormig en dan naar boven toe iets afstaand. Ze worden tot 9 mm lang. Meestal vallen de tanden snel af. Eerst zijn ze groen, later worden ze grijswit of lichtbruin met boven- en onderaan een zwarte band, de onderste bijna helemaal zwart. De tanden zijn priemvormig, dunvliezig en gekronkeld. Als de tanden zijn afgevallen ( (aan de bovenste scheden blijven zij vaak)) zijn de scheden ondiep gekarteld of bijna gaafrandig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Sporen De korte sporenaar (8-15 mm lang, 4-6 mm breed) is eivormig met een scherpe spits en wordt aan de voet omhuld door de bovenste bladkrans.


Hans Toetenel - cc by-nc-sa 3.0 nl


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Biotoop

Bodem Zonnige of vaak licht beschaduwde plaatsen op matig droge tot vrij natte, matig voedselarme tot voedselrijke, zwak zure of kalkhoudende grond (zand, leem, zavel en klei). Vaak op plekken met ondiepe kwel.

Groeiplaatsen Loofbossen, voedselrijke bossen, moerasbossen met kwel, struwelen, langs stromend water, ruigten, zandige riverdijken, weiden, langs spoorwegen,vergraven of sterk verstoorde plaatsen in de duinen, klei- en zandgroeven, opgespoten grond, zandplaten (Grevelingen), haventerreinen en rivierduinen.

Verspreiding

Wereld Gematigde en koude streken. Voornamelijk op het noordelijk halfrond.

Nederland Inheems. Vrij zeldzaam.

België Inheems. Zeldzaam.

Toepassingen

Van Schaafstro gebruikte men vroeger de ruwe, kiezelige stengels als polijstmidde, o.a. om muziekinstrumenten en vaatwerk mee schoon te maken, ook maakte men van pijpjes Schaafstro nagelvijltjes. Schaafstro werd in Nederland als zandbinder op dijken en wallen aangeplant. De stengels werden geoogst en naar Engeland uitgevoerd (vandaar de naam Dutch rush). Schaafstro is een langzame groeier.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0