Klaas Dijkstra

Ruige rupsklaver
Medicago polymorpha


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Kevin Thiele - cc by 2.0

In het kort.

  • Ruige rupsklaver of Medicago polymorpha is een soort uit de Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae).
  • Het is een eenjarige, 15-50 cm hoge plant.
  • Kale of behaarde stengels.
  • Drietallige bladen met tot 2,5 cm lange, omgekeerd hartvormige deelblaadjes.
  • Ruige rupsklaver bloeit van mei t/m augustus.
  • Een bloeiwijze met één tot zes, lichtgele, 3-4½ mm grote bloemen.
  • Afgeplatte, 0,5-1 cm lange peulen met één tot zes windingen. Meestal zijn ze stekelig.
  • Ruige rupsklaver groeit op zonnige, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke zandgrond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. droogvallende rivierstrandjes en ruigten.
  • Ruige rupsklaver komt oorspronkelijk uit Zuid- en Midden-Europa, Noord-Afrika en West-Azië.
  • In Nederland en België is deze plant zeldzaam ingeburgerd.
Uitgebreide beschrijving

Frysk

English Toothed Medick

Français Luzerne polymorphe

Deutsch Rauher Schneckenklee

Synoniemen Medicago nigra, Medicago denticulata, Medicago hispida

Familie Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Klaver komt mogelijk van een Indogermaanse grondvorm glei (smeren), naar het kleverige vocht van de bloemen. Medicago komt van het Latijnse medicus of medica (van Medië afkomstig). Polymorpha betekent veelvormig.

Levensduur Eenjarig.

Plantvorm Therofyt.

Hoofdbloei Mei t/m augustus.

Afmeting 15-50 cm.


grackle26 - cc by-nc 4.0


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0

Wortels


John Tann - cc by 2.0


bisque.cyverse.org - cc0-1.0


lod.ansp.org - cc by-nc 3.0


prc-symbiota.tacc.utexas.edu - cc0-1.0

Stengels De stengels kunnen kaal of behaard zijn.


Forest en Kim Starr - cc by 3.0


John Tann - cc by 2.0


Forest en Kim Starr - cc by 3.0


© Theo Muusse - verspreidingsatlas

Bladeren De bladeren zijn drietallig, De deelblaadjes worden tot 2,5 cm lang. Ze zijn omgekeerd hartvormig. De steunblaadjes zijn diep ingesneden met smalle, lijnvormige slippen.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas


John Tann - cc by 2.0


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


John Tann - cc by 2.0

Bloemen Tweeslachtig. Een bloeiwijze met één tot zes bloemen. De bloemen zijn lichtgeel en 3-4½ mm.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas


Harry Rose - cc by 2.0


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


Thierry Pernot - cc by-sa 2.0 fr

Vruchten en zaden Een doosvrucht. De 0,5-1 cm lange peulen zijn afgeplat, meestal kaal, maar soms weinig behaard en met één tot zes windingen. De aderen op de windingen zijn gebogen en netvormig met elkaar verbonden. Meestal zijn ze stekelig. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas


Tracey Slotta - USDA-NRCS PLANTS Database


Thierry Pernot - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke zandgrond.

Groeiplaatsen Droogvallende rivierstrandjes en ruigten.

Verspreiding

Wereld Oorspronkelijk uit Zuid- en Midden-Europa, Noord-Afrika en West-Azië.

Nederland Ingeburgerd in de 19de eeuw. Zeldzaam.

België Ingeburgerd. Zeldzaam.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0