Rivierkruiskruid - Senecio sarracenicus

Frysk:

English: Broad-leaved Ragwort

Français: Séneçon des saussaies

Deutsch: Fluß-Greiskraut

Synoniemen: Senecio fluviatilis, Lancetbladig kruiskruid

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam kruiskruid is misschien ontstaan door de kruisgewijs staande bladen, maar meer waarschijnlijk is dat het een verbastering is van de Duitse naam Greiskraut. Senecio is afgeleid van senex (grijsaard), vanwege het spoedig zichtbaar wordende vruchtpluis. Sarracenicus komt van de Saracenen (een Noord-Arabisch volk).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Augustus en september.

Afmeting: 90-150 cm.


Christian Fischer - cc by-sa 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Wortels: Een kruipende wortelstok met uitlopers.


biodiversity naturalis - cc0


biodiversity naturalis - cc0


biodiversity naturalis - cc0


biodiversity naturalis - cc0

Stengels: De donkergroene, stijf rechtopstaande stengels zijn met merg gevuld en alleen in de bloeiwijze vertakt en behaard. De soort groeit in groepen.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Bladeren: De zittende bladen zijn langwerpig-eirond, dikwijls half-stengelomvattend, spits, kaal en hebben een ongelijk gezaagde rand met naar de top gerichte, iets gekromde tanden. De bovenste bladen zijn zittend met een brede voet.


Willemien Troelstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Teun Spaans - Public Domain


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Bloemen: Polygaam. De bloemhoofdjes vormen brede schermvormige pluimen. De hoofdjes zijn1½-3 cm groot. De zes ot acht lintbloemen zijn geel. De binnenste omwindselkrans bestaat gemiddeld uit dertien (tien tot vijftien) blaadjes. De omwindselbladen hebben een zwarte top.


© Hanneke Waller - verspreidingsatlas.nl


© Hanneke Waller - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


Teun Spaans - Public Domain

Vruchten en zaden: De nootjes zijn kaal en het vruchtpluis is geelachtig wit. Tweezaadlobbig.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Giftigheid: Giftig.

Biotoop

Bodem: Zonnige tot vaak licht beschaduwde plaatsen op natte, voedselrijke tot zeer voedselrijke, neutrale tot kalkhoudende, humeuze grond (zandig-kleiige rivierafzettingen, zandige leem en soms op zeeklei). De plant doorstaat overspoeling goed.

Groeiplaatsen: Waterkanten (langs rivieren, beken, kanalen en oeverruigtes in zoetwatergetijdengebieden), ruigten (natte ruigten), bossen en bosranden (open plekken in oeverwalbossen en langs bosranden van wilgenbossen, grienden, struwelen (rivierduinen) en ruigten.

Verspreiding

Wereld: Europa tot in Centraal-Azië.

Nederland: Inheems. Zeldzaam.

Vlaanderen: Ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

Wallonië: Ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl