Paarse morgenster - Tragopogon porrifolius

Frysk: Pearse moarnstjer

English: Salsify

Français: Salsifis à feuilles de poireau

Deutsch: Haferwurzel

Synoniemen: Blauwe morgenster

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Morgenster heeft te maken met de stervormige bloem, die alleen 's ochtends is geopend. Tragopogon komt van het Griekse tragos (bok) en pogon (baard), dus boksbaard, hetgeen slaat op het grofharige vruchtpluis. Porrifolius betekent met bladen als Prei.

Kruising: Paarse morgenster kan een kruising vormen met Gele morgenster (Tragopogon x mirabilis).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni en juli.

Afmeting: 60-120 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Wortels: Een penwortel.


Attilio Marzorati - cc by-nc-nd 4.0


Simon Speed - cc0


Simon Speed - cc0


Simon Speed - cc0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn meestal vertakt en kaal. Onder het hoofdje is de stengel sterk knotsvormig opgeblazen.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Bladeren: De bladen zijn breed lijnvormig en aan de voet verbreed.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Nino Messina - cc by-nc-nd 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes zijn 2½-4,8 cm groot. Ze zijn lila tot donker roodpaars. De stijlen zijn eveneens paarsig. De helmknoppen zijn geel. De meestal acht, soms tot tien omwindselbladen zijn blauwgroen en langer dan of even lang als de lintbloemen.


Bert Lanjouw - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Vruchten en zaden: De buitenste nootjes (inclusief de snavel) zijn tenminste 3 cm lang. Tweezaadlobbig.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke grond (klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Dijken, bermen, ruigten (humeuze ruigten) en puin.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië en Zuidoost-Europa (Middellandse Zeegebied).

Nederland: Ingeburgerd in de 18de eeuw. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Niet ingeburgerd. Zeldzaam.

Wallonië: Ingeburgerd? Zeer zeldzaam.

Toepassingen

Sinds de oudheid wordt Paarse morgenster gekweekt om de eetbare wortel. Ook de door inkuiling - zoals bij Witlof en Asperge - gebleekte jonge spruiten worden gegeten. Sinds de 17de eeuw is Paarse morgenster als groente grotendeels verdrongen door Grote schorseneer, waarvan de wortels beter houdbaar zijn.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl