Oranje havikskruid - Pilosella aurantiaca

Frysk: Oranje haukkrûd

English: Orange Hawkweed

Français: Epervière orangée

Deutsch: Orangerotes Habichtskraut

Synoniemen: Hieracium aurantiacum

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Pilosella betekent een weinig behaard. Hieracium komt van het Griekse hierax (havik). De Oude Grieken meenden, dat de havik van deze planten gebruik maakte, om zijn gezichtsvermogen te versterken. Aurantiaca betekent oranjekleurig.

Kruising: Oranje havikskruid kas een kruising vormen met Muizenoor (Hieracium x stoloniflorum).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni en juli(-augustus).

Afmeting: 30-60 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels: Een wortelstok.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn donker behaard, met gewone haren, sterharen en klierharen. Met bovengrondse uitlopers.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren: Een rozet van blauwgroene, langwerpig-eivormige tot langwerpige bladen met een gave rand en een korte steel. De één tot vier, ruw behaarde stengelbladen nemen naar boven toe snel in grootte af. De bladrand is gaaf of licht getand.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen: Tweeslachtig. De 1½-2½ cm, grote bloemhoofdjes zijn oranjebruin of oranjerood. Ze groeien met twee tot twaalf in een gedrongen schermvormige pluim aan de top van de bloeistengels (later een minder opeen gedrongen pluim). Er zijn alleen maar lintbloemen. Het smalle omwindselblad is begroeid met zwarte klierharen. Het vruchtbeginsel is onderstandig met een stijl en twee stempels.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tot 2,5 mm grote, bruine en geribde nootjes met vruchtpluis. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Tweezaadlobbig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure grond (van zand tot klei.).

Groeiplaatsen: Omgewerkte grond, bermen, grasland (gazons, vrij schraal grasland, droog, zuur grasland en hooiland), heide, langs spoorwegen (spoorbermen), ruderale plaatsen, industrieterreinen en plantsoenen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit berggebieden in Midden-, Noord- en Oost-Europa.

Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Ingeburgerd. Vrij algemeen ingeburgerd. Sinds 1972.

Wallonië: Ingeburgerd. Vrij algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl