Wilde planten in Nederland en België

Oostelijk kruiskruid - Senecio vernalis

Frysk: Iere krúswoartel

English: Eastern Groundsel

Français: Séneçon de printemps

Deutsch: Frühlings-Greiskraut

Synoniemen: Voorjaarskruiskruid

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam kruiskruid is mogelijk ontstaan door de kruisgewijs staande bladen, maar meer waarschijnlijk is dat het een verbastering is van de Duitse naam Greiskraut. Senecio komt van senex (grijsaard), om het spoedig zichtbaar wordende vruchtpluis. Vernalis betekent van de lente.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni en september t/m november.

Afmeting: 15-50 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 3.0


Zeynel Cebeci - CC BY-SA 4.0

Stengels: De stengels zijn aan de basis al of niet vertakt. Hogerop vertakken de stengels zich alleen in de bloeiwijze. Ze zijn spinrag-achtig behaard, maar deze beharing verdwijnt spoedig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Syp - Public Domain


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De bladen zijn gegolfd. De rozetbladen zijn naar de voet steelvormig versmald. Vooral van onderen zijn ze spinnenwebachtig behaard. Ze zijn vrij stijf, langwerpig en veervormig gespleten met vrij korte slippen (de zijslippen zijn hoogstens zo lang als het ongedeelde deel ertussen). Ze hebben bochtige, kroezige insnijdingen en stekelige tandjes. De middelste en bovenste bladen hebben een geoorde voet en zijn stengelomvattend.


© Hanneke Waller - verspreidingsatlas.nl


© Hanneke Waller - verspreidingsatlas.nl


© Hanneke Waller - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 3.0

Bloemen: Polygaam. De bloemen groeien in een vrij losse bloeiwijze, meestal met een vrij klein aantal hoofdjes. De bloemhoofdjes zijn 2-3 cm. De gele lintbloemen zijn 0,8-1 cm lang en zijn vlak uitgespreid. De kroonbuis van de buisbloemen bestaat uit twee delen, het onderste smalle deel is veel langer dan het bovenste brede deel. Het omwindsel is breed komvormig en ongeveer even hoog als breed. De buitenste krans van het omwindsel heeft zes tot twaalf blaadjes. Het buitenomwindsel is bovenaan kaal en bijna tot aan het midden zwart.


© Hanneke Waller - verspreidingsatlas.nl


© Hanneke Waller - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn aanliggend behaard. Het vruchtpluis is wit. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


MathKnight - CC BY 2.5


MathKnight - CC BY 2.5


AnRo0002 - CC0


©2006 Digital Plant Atlas -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Giftigheid: Giftig.

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, omgewerkte grond (zand, zavel en klei).

Groeiplaatsen: Braakliggende grond, akkers, grasland (nieuw ingezaaide grasvelden), bermen, ruigten (voedselrijke ruigten), zeeduinen (hoogste delen van zandige strandvlakten) en schelpenbankjes.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk is het een steppeplant uit Oost-Europa en Zuidwest-Azië. In de eerste helft van de 19de eeuw begon het zich in Polen en vanaf ongeveer 1850 ook in Duitsland te vestigen. Nu ook in Zuid-Scandinavië, Frankrijk en het noorden van de Balkan. In de 20e eeuw is het in veel gebieden weer achteruitgegaan.

Nederland: Ingeburgerd tussen 1925 en 1949 (voor het eerst gevonden in 1915). Zeldzaam.

Vlaanderen: Ingeburgerd. Zeldzaam .
Wallonië:
Ingeburgerd. Zeldzaam .

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL