Klaas Dijkstra

Muurvaren
Asplenium ruta-muraria


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Muurvaren of Asplenium ruta-muraria is een soort uit de Streepvarenfamilie (Aspleniaceae).
  • Het is een overblijvend, 4-25 cm hoog varentje.
  • Een korte, opstijgende of rechtopstaande wortelstok met toegespitste, bruinzwarte schubben.
  • De groene, lange stengels zijn aan de voet zwartbruin.
  • Wintergroene, leerachtige, meestal tot 10 cm grote blaadjes in bundels dicht bij elkaar. De bladschijf is breed driehoekig of eirond en afnemend dubbel geveerd. De bladslippen zijn waaiervormig of ruitvormig met een wigvormige voet.
  • Muurvaren heeft rijpe sporen van juni t/m oktober.
  • De lijnvormige sporenhoopjes bedekken vrijwel de hele onderkant van de blaadjes.
  • Muurvaren groeit op zonnige of half beschaduwde plaatsen op droge, kalkrijke muren en rotsen.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. oude muren, tuinmuren, kademuren, viaducten, spoorwegterreinen en rotsspleten.
  • Muurvaren komt voor in vrijwel heel Europa, Noordwest-Afrika, gematigde gebieden in Azië en in het oosten van Noord-Amerika.
  • In Nederland en België is deze inheemse soort vrij algemeen.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Stienfearke

English Wall Rue

Français Rue des murailles

Deutsch Mauerraute

Synoniemen

Familie Aspleniaceae (Streepvarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Asplenium komt van het Griekse a (niet) en splen (milt), omdat men dacht dat het gebruik een opgezwollen milt zou doen inkrimpen. Ruta-muraria betekent muurruit.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Hemikryptofyt.

Rijpe sporen Juni t/m oktober.

Afmeting 4-25 cm.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Wortels De korte, opstijgende of rechtopstaande wortelstok is begroeid met toegespitste, bruinzwarte schubben.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels De groene, lange stengels zijn aan de voet zwartbruin. Bij strenge vorst kunnen veel planten sterven.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


Danny Steven S. - cc by-sa 3.0


OhWeh - cc by-sa 2.5


OhWeh - cc by-sa 2.5

Bladeren De wintergroene, leerachtige blaadjes zijn matgroen van kleur (aan de onderkant zijn ze iets lichter) en meestal niet langer dan 10 cm. Ze groeien in bundels dicht bij elkaar. De bladschijf is breed driehoekig of eirond en afnemend dubbel geveerd. De bladslippen zijn waaiervormig of ruitvormig met een wigvormige voet. In de bovenste helft zijn ze fijn gezaagd. De eerste, niervormige bladeren van jonge planten zijn niet gedeeld. De groene bladspil heeft soms gesteelde klieren. De bladdelen hebben een waaiervormige nervatuur met gegaffelde nerven., zonder een duidelijke hoofdnerf.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Medeniacus - cc by-sa 4.0

Sporen De lijnvormige sporenhoopjes bedekken vrijwel de hele onderkant van de blaadjes. Het dekvliesje is franjeachtig getand.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Petr Filippov - cc by-sa 3.0


Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Biotoop

Bodem Zonnige of half beschaduwde plaatsen op droge, niet te voedselarme of niet te voedselrijke, kalkrijke muren en rotsen.

Groeiplaatsen Oude muren die met kalkmortel zijn gemetseld, tuinmuren, kademuren, keermuren, sluismuren, viaducten, spoorwegterreinen (perronkantjes) en rotsspleten.

Verspreiding

Wereld Vrijwel heel Europa, Noordwest-Afrika, gematigde gebieden in Azië en in het oosten van Noord-Amerika.

Nederland Inheems. Vrij algemeen.

België Inheems. Vrij algemeen.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0