Muursla - Mycelis muralis

Frysk: Muorreslaad

English: Wall Lettuce

Français: Laitue des murs

Deutsch: Mauerlattich

Synoniemen: Lactuca muralis

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De betekenis van Mycelis is mij niet bekend. Muralis betekent op of bij muren groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus.

Afmeting: 60-90 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Edwin Dijkhuis - verspreidingsatlas.nl

Wortels: De korte wortelstok lijkt afgebeten te eindigen.


bisque.cyverse.org - cc by-nc 3.0


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0


usuherbarium.usu.edu - cc0-1.0


bisque.cyverse.org - cc by-nc 3.0

Stengels: De plant heeft maar één stengel, die vrij dun, hol en kaal is. Verder is de stengel blauwachtig groen, vaak voor een deel rood aangelopen, bevat veel melksap en is alleen in de bloeiwijze vertakt.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bladeren: De bladen zijn vrij dun. De meeste zijn groot en gedeeld met een grote, driehoekige tot spiesvormig-driedelige eindlob en veel kleinere zijslippen (liervormig veerspletig). Ze hebben een grof bochtig getande rand en aan de voet verbreedt het blad zich tot twee pijlvormige stengelomvattende oortjes. De bovenste bladen zijn veel kleiner. Ze zijn langwerpig, hebben een gave rand en een wat bredere, eveneens stengelomvattende voet.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes worden 7-8 mm groot en vormen samen een grote, los-pluimvormige, ijle bloeiwijze. Ze hebben meestal vijf lichtgele lintbloemen. Het omwindsel is sigaarvormig en spreidt zich niet tijdens de bloei, maar wel daarna. De bloemhoofdjesbodem is vlak en heeft geen stroschubben.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Valentine Kalwij - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden (nootjes) zijn zwartbruin, cilindervormig, zwak geribd en plotseling versmald in een korte snavel. Het vruchtpluis bestaat uit enkelvoudige, getande, sneeuwwitte haren, die omgeven worden door een krans van korte wimperharen. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Wijnand van Buuren - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Licht tot matig beschaduwde, vrij open plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselame tot matig voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende grond (zand, leem, mergel, löss, schelpkalk en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen en langs bospaden), struwelen, houtwallen, heggen, kapvlakten, lanen, parken, buitenplaatsen, in knotwilgen, langs holle wegen, zeeduinen (binnenduinbos), waterkanten (hoge oevers van bosbeken), ruderale plaatsen, op oude muren, kademuren, keermuurtjes, ruïnes, rotsen, plantsoenen, steile mergelwanden en langs spoorwegen (spoorbermen).

Verspreiding

Wereld: Europa, Zuidwest-Azië en Noordwest-Afrika (Atlasgebergte).

Nederland: Inheems. Vrij algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Vrij algemeen.

Wallonië: Inheems. Vrij algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl