Moerasstreepzaad - Crepis paludosa

Frysk:

English: Marsh Hawk's-beard

Français: Crépide des marais

Deutsch: Sumpf-Pippau

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Streepzaad is afgeleid van de vele ribben op het zaad. Crepis komt van het Griekse krepis (schoenzool) en slaat op de plat op de bodem liggende wortelbladen. Paludosa betekent het moeras bewonend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m juli(-augustus).

Afmeting: 0,30-1,2 meter.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


Gertjan van Mill - cc by-nc-sa 3.0 nl


Matti Virtala - cc0


Meneerke bloem - cc by-sa 3.0

Wortels: Een scheefliggende wortelstok.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels: De plant heeft maar één stengel en deze is alleen in de bloeiwijze vertakt en alleen daar behaard. Vaak is de stengelvoet roodachtig.


Gertjan van Mill - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Bladeren: De donkergroene wortelbladen zijn smal eirond tot langwerpig en onregelmatig bochtig getand. De middeelste stengelbladen zijn onder het midden het breedst, niet gedeeld, eirond tot eirond-lancetvormig en hartvormig stengelomvattend. Aan de onderkant zijn ze blauwachtig. De bovenste bladen zijn langwerpig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


Roger Griffith - Public Domain


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in een klein aantal bloemhoofdjes in losse pluimen. De hoofdjes zijn 1½-3 cm. De lintbloemen zijn goudgeel. De stijlen zijn zwartgroen. Het omwindsel is lijnvormig tot langwerpig, zwart behaard (klierharen) of zelden kaal. De binnenste omwindselbladen zijn van binnen kaal.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Gertjan van Mill - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Luis nunes alberto - cc by-sa 3.0

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De cilindrische zaden zijn strobruin tot bleekgeel, glad, niet gesnaveld, 5 mm lang en hebben tien ribben. Het brosse vruchtpluis is geelwit of onderaan bruinachtig-wit. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


http://herbario.ipe.csic.es


Florent Beck - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke, vaak zwak zure, humeuze grond. De soort is gebonden aan plekken met zuurstofrijk, niet stagnerend (kwel)water (leem, slibrijk zand, rivierklei of laagveen).

Groeiplaatsen: Grasland (moerassig hooiland en nat, bemest grasland), moerassen (rietland), waterkanten (o.a. langs beken en oevertaluds van bosbeken), bossen (bronbossen, langs drassige bospaden en grienden in het zoetwatergetijdengebied) en kapvlakten.

Verspreiding

Wereld: Overwegend in Noord-, Oost- en Midden-Europa. In Zuid-Europa alleen in de bergen.

Nederland: Inheems. Zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Zeldzaam.

Wallonië: Vrij zeldzaam.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl