Moerasdroogbloem - Gnaphalium uliginosum

Frysk: Sulverskier

English: Marsh Cudweed

Français: Gnaphale des marais

Deutsch: Sumpf-Ruhrkraut

Synoniemen: Filaginella uliginosa, Filaginella uliginosum

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Gnaphalium komt van het Griekse gnaphalon (gekaarde wol), hetgeen slaat op het wolkleed bij vele soorten. Uliginosum betekent op vochtige plaatsen groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m oktober.

Afmeting: 5-20 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl

Wortels: Een penworteltje met zijwortels.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels: De grijswit-viltige stengels zijn meestal vanaf de voet uitgespreid vertakt. Naast de rechtopstaande, ronde hoofdstengel zijn er een aantal opstijgende zijstengels.


Bernd Haynold - cc BY 2.5


Matti Virtala - cc0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Bladeren: De verspreidstaande bladen zijn spatelvormig, hebben een steelachtig versmalde voet en zijn aan de bovenkant groen en viltig. Ze hebben geen steel en zijn 1-4 cm lang en 4-5 mm breed. De middennerf loopt door als een klein spitsje aan de top. De bladrand is gaaf. Vlak onder de bloemen zitten de bovenste bladen, die buiten de bloemhoofdjes uitsteken.


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Rasbak - cc by-sa 3.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Bloemen: Polygaam. De geelwitte bloemhoofdjes zijn 3-4 mm lang en zitten met drie tot tien bij elkaar in dichte kluwens bovenaan alle stengels. Vlak onder de kluwens zie je een krans van bladen (de kluwens zijn dus omgeven door bladen). Er zijn geen straalbloemen en ook geen stroschubben. Het strobruine omwindsel is kaal. De omwindselbladen zijn bruin- of geelachtig. Het vruchtbeginsel is onderstandig met een stijl en twee stempels.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


Jerzy Opiola - cc by-sa 3.0

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas.nl


Rasbak - cc by-sa 3.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op min of meer vochtige tot natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, min of meer humeuze, meestal kalkarme, lichtere grond. Vaak op plekken met oppervlakkige bodemverdichting (meestal op zand, maar ook op zavel en leem zelden op klei of veen).

Groeiplaatsen: Wegranden, waterkanten (open plekken, o.a. rivieroevers en langs plassen), bodems van verse greppels, goten, akkers, tuinen, moestuinen, bloemperken, afgravingen (zandgroeven en kleiafgravingen), braakliggende grond, plantsoenen, tussen straatstenen, pas afgegraven terreinen, vochtige, onverharde wegen, grasland (weiland) en heide (drooggevallen heidevennen).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koele streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Algemeen.

Wallonië: Inheems. Algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl