Klaas Dijkstra

Moerasdroogbloem
Gnaphalium uliginosum


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Josep Gesti - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Moerasdroogbloem of Gnaphalium uliginosum is een soort uit de Composietenfamilie (Asteraceae).
  • Het is een eenjarig, 5-20 cm hoog plantje.
  • Een penworteltje met zijwortels.
  • De grijswit-viltige stengels zijn meestal vanaf de voet uitgespreid vertakt.
  • De verspreidstaande, zittende, 1-4 cm lange en 4-5 mm brede bladen zijn spatelvormig, hebben een steelachtig versmalde voet en zijn aan de bovenkant groen en viltig.
  • Moerasdroogbloem bloeit van juni t/m oktober.
  • De witgelige of bruinige bloemhoofdjes zijn 3-4 mm lang en zitten met drie tot tien bij elkaar in dichte kluwens bovenaan alle stengels.
  • Moerasdroogbloem groeit op zonnige, open plaatsen op min of meer vochtige of natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, min of meer humeuze, meestal kalkarme, lichtere grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. wegranden, open plekken aan waterkanten, bodems van verse greppels, goten, akkers, moestuinen, bloemperken, duinen, braakliggende grond, tussen straatstenen, pas afgegraven terreinen, onverharde wegen, weiland en drooggevallen heidevennen.
  • Moerasdroogbloem komt voor in gematigde en koele streken op het noordelijk halfrond.
  • In Nederland en België is deze inheemse soort algemeen.

Uitgebreide beschrijving

FryskSulverskier

English Marsh Cudweed

Français Gnaphale des marais

Deutsch Sumpf-Ruhrkraut

Synoniemen Filaginella uliginosa, Filaginella uliginosum

Familie Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Gnaphalium komt van het Griekse gnaphalon (gekaarde wol), hetgeen slaat op het wolkleed bij vele soorten. Uliginosum betekent op vochtige plaatsen groeiend.

Levensduur Eenjarig.

Plantvorm Therofyt.

Hoofdbloei Juni t/m oktober.

Afmeting 5-20 cm.

zaailing

Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas

Wortels Een penworteltje met zijwortels.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels De grijswit-viltige stengels zijn meestal vanaf de voet uitgespreid vertakt. Naast de rechtopstaande, ronde hoofdstengel zijn er een aantal opstijgende zijstengels.


Bernd Haynold - cc by 2.5


Matti Virtala - cc0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

Bladeren De verspreidstaande bladen zijn spatelvormig, hebben een steelachtig versmalde voet en zijn aan de bovenkant groen en viltig. Ze hebben geen steel en zijn 1-4 cm lang en 4-5 mm breed. De middennerf loopt door als een klein spitsje aan de top. De bladrand is gaaf. Vlak onder de bloemen zitten de bovenste bladen, die buiten de bloemhoofdjes uitsteken.


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Rasbak - cc by-sa 3.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

Bloemen Polygaam. De witgelige of bruinige bloemhoofdjes zijn 3-4 mm lang en zitten met drie tot tien bij elkaar in dichte kluwens bovenaan alle stengels. Vlak onder de kluwens zie je een krans van bladen (de kluwens zijn dus omgeven door bladen). Er zijn geen straalbloemen en ook geen stroschubben. Het strobruine omwindsel is kaal. De omwindselbladen zijn bruin- of geelachtig. Het vruchtbeginsel is onderstandig met een stijl en twee stempels.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas


Jerzy Opiola - cc by-sa 3.0

Vruchten en zaden Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


© Bert Verbuggen - verspreidingsatlas


Rasbak - cc by-sa 3.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, open plaatsen (pionier) op min of meer vochtige of natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, min of meer humeuze, meestal kalkarme, lichtere grond. Vaak op plekken met oppervlakkige bodemverdichting (meestal op zand, maar ook op zavel en leem zelden op klei of veen).

Groeiplaatsen Wegranden, open plekken aan rivieroevers en langs plassen, bodems van verse greppels, goten, akkers, tuinen, moestuinen, bloemperken, zand- en kleiafgravingen, duinen, braakliggende grond, plantsoenen, tussen straatstenen, pas afgegraven terreinen, vochtige onverharde wegen, weiland en drooggevallen heidevennen.

Verspreiding

Wereld Gematigde en koele streken op het noordelijk halfrond.

Nederland Inheems. Algemeen.

België Inheems. Algemeen.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0