Wilde planten in Nederland en België

Margriet - Leucanthemum vulgare

Frysk: Wylde margryt (Wite guozzeblom)

English: Oxeye daisy

Français: Grande Marguerite

Deutsch: Wiesen-Margerite

Synoniemen: Chrysanthemum leucanthemum, Gewone margriet

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Margriet komt van het Oud-Griekse margarites, dat weer uit het Babylonisch komt en parel betekent. De botanische naam Leucanthemum is afgeleid van de Oud-Griekse woorden leukos (wit) en anthemon (bloem). Vulgare betekent gewoon of algemeen voorkomend.

Opmerking: Naast Leucanthemum vulgare kun je ook Leucanthemum ircutianum in het wild aantreffen. Ze zijn lastig te onderscheiden.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m augustus(-september).

Afmeting: 30-60 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een scheve, gedrongen en vaak vertakte wortelstok met taaie en vrij lange wortels.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: Vaak in groepen groeiend. Korte bebladerde uitlopers. De rechtopstaande stengels zijn weinig behaard en meestal vertakt met twee of meer hoofdjes.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: Soms met één of meerdere wortelrozetten. De bladen zijn donkergroen. De onderste bladen zijn spatelvormig, gekarteld en aan de voet wigvormig versmald in een soort steel (vaak met franjeachtige aanhangsels). De verspreidstaande middelste stengelbladen zijn meestal liervormig gespleten met een langwerpige, gezaagde eindlob en afstaande, smalle en spitse zijslipjes, vaak zittend en stengelomvattend. De bovenste bladen zijn slecht ontwikkeld.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Polygaam. De bloemhoofdjes zijn 3-6 cm. De lintbloemen zijn wit en tenminste 1 cm lang (zelden kort of ontbrekend). De buisbloemen zijn geel. De bloeiwijzebodem zonder stroschubben. Het omwindselblad is bruin of zwart gerand. Het vruchtbeginsel is onderstandig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: De geribde nootjes zijn afgerond, zonder vruchtpluis. De nootjes van de randstandige lintbloemen hebben soms een scheef richeltje (scheef afgesneden kroontje). De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Tony Wills -
CC BY 2.5


Herve Goeau - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


©2006 Digital Plant Atlas -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige, vrij open plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, weinig bemeste, zwak zure tot kalkhoudende grond (leem, rivierklei, löss, mergel en lemig zand, minder op laagveen).

Groeiplaatsen: Grasland (hooiland, grasvelden, vochtig, licht bemest grasland en soms in weiland), bermen, dijken, langs struwelen, langs spoorwegen, afgravingen en braakliggende akkers.

Verspreiding

Wereld: Bijna heel Europa. Oostelijk tot in Midden-Siberië. Ingeburgerd in Oost-Azië, Australië en Noord- en Zuid-Amerika.

Nederland: Vrij algemeen, maar zeldzamer in het noordoosten van het land.

Vlaanderen: Algemeen.
Wallonië:
Algemeen.

Toepassingen

Als tuinplant worden vaak andere Leucanthemum-soorten toegepast, b.v. Reuzenmargriet (Leucanthemum maximum), Leucanthemum lacustre × maximum en Leucanthemum superbum.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 6, Johann Carl Krauss (1801)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Deutschlands flora, deel 1, J. Sturm, J.W. Sturm (1796-1798)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Svensk botanik, deel 5, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Londinensis, deel 5, William Curtis (1784-1788)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 5, J.E. Sowerby (1866)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Herbier de la France, deel 6, P. Bulliard (1776-1783)


Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Flora regni borussici, deel 8, A.G. Dietrich (1840)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


British entomology, deel 8, J. Curtis (1823-1840)


A curious herbal, deel 1, E. Blackwell (1737)


Flora Parisiensis, deel 1, P. Bulliard (1776-1781)


La flore et la pomone francaises, deel 2, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1829)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL