Madeliefje - Bellis perennis

Frysk: Koweblomke

English: Daisy

Français: Pâquerette

Deutsch: Gänseblümchen

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Madeliefje is waarschijnlijk afkomstig van maagde-lief, omdat het bloempje vroeger in verband werd gebracht met de heilige maagd Maria. De Latijnse naam Bellis perennis betekent mooie, overblijvende schoonheid.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: (Januari t/m maart-)april t/m september(-oktober t/m december).

Afmeting: 5-15 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels: Een kort wortelstokje.


Helge Busch-Paulick - cc by-sa 3.0 de


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels: De rechtopstaande, dunne bloeistengels dragen één bloemhoofdje en hebben meestal geen bladeren. Ze zijn aangedrukt behaard. Madeliefje heeft uitlopers en vormt matjes.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Helge Busch-Paulick - cc by-sa 3.0 de

Bladeren: Meestal alle bladen in het bladrozet. De lichtgroene, aangedrukt behaarde bladen zijn iets vlezig, langwerpig tot spatelvormig of lepelvormig en worden tot 5 cm lang. De bladrand kan gaaf, getand of gekarteld zijn.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


VerboseDreamer - cc by-sa 3.0

Bloemen: Polygaam. De afzonderlijk op lange, dunne stelen staande bloemhoofdjes zijn 1-3 cm groot. De witte en aan de top vaak roodpaarse lintbloemen zijn vrouwelijk. De vele gele buisbloemen zijn tweeslachtig. Het omwindsel bestaat uit ongeveer dertien even lange blaadjes. De bloemhoofdjesbodem is kegelvormig, hol, heeft een zwak gemaasd oppervlak, vrijwel glad en zonder stroschubben. Het vruchtbeginsel is onderstandig met een stijl en twee stempels.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten en zaden: De nootjes worden 1½-2 mm lang en zijn begroeid met rechtopstaande haren, maar zonder vruchtpluis. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Hanneke Waller - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 - cc0


AnRo0002 - cc0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, betreden, beweide of vaak gemaaide, min of meer verdichte, vaak bemeste grond (alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Grasland (weiland, gazons en regelmatig betreden en begraasde grasvelden), bermen, dijken, plantsoenen, tussen straatstenen, uiterwaarden en zeeduinen (duinvalleien).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa (behalve in het noordoosten) en Zuidwest-Azië.

Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Algemeen.

Wallonië: Inheems. Algemeen.

Toepassingen

De bloeitijd leidde tot vele namen waarin de maand mei voorkomt, maar ook de voorkeur van de plant voor grasvelden en het feit dat koeien en schapen de bloemen kennelijk graag lusten zien we terug. Vroeger zei men dat de lente was begonnen als je met één voet negen madeliefjes kon bedekken.
In de Middeleeuwen werden de verse of gedroogde bloempjes gebruikt om wonden te genezen, maar ook bij reumatiek en nierziekten. Het madeliefje bevordert de bloedsomloop en zou bloedreinigend zijn.
In de oksel van de omwindselbladen ontspringen soms steeltjes die in verticale richting doorgroeien en in nieuwe, kleine hoofdjes uitlopen. Op die manier kan een centraal hoofdje door een krans van hoofdjes omringd worden. Onder de Engelse naam 'Hen-and-chicken daisy' is deze erfelijk afwijkende vorm als tuinplant in cultuur. Vaker worden planten met forse, vaak gevulde en/of geheel roodbloemige hoofdjes gekweekt. Ook is een vorm met alleen buisbloemen bekend.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl