Wilde planten in Nederland en België

Liggende klaver - Trifolium campestre

Frysk: Túchklaver

English: Hop Trefoil

Français: Trèfle champêtre

Deutsch: Feld-Klee

Synoniemen: Trifolium procumbens

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Klaver komt mogelijk van een Indogermaanse grondvorm glei (smeren), naar het kleverige vocht van de bloemen. Trifolium komt van het Latijnse tri (drie) en folium (blad). De bladen zijn drietallig. Campestre betekent van het vlakke veld.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig grond.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m september.

Afmeting: 5-30 cm.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Atamari - cc by-sa 3.0


Fornax - cc by-sa 3.0


Isidre blanc - cc by-sa 4.0

Wortels: Een kleine penwortel met wortelknolletjes.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De liggende, opstijgende of rechtopstaande stengels zijn min of meer behaard.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Bladeren: De verspreidstaande, kort gesteelde bladeren hebben drie omgekeerd eironde, aan de top meestal afgeronde deelblaadjes. Het middelste heeft een steeltje van ongeveer 3 mm, de beide deelblaadjes aan de zijkanten zijn vrijwel zittend. De steunblaadjes zijn eirond, aan de top lang toegespitst en over ongeveer de helft van hun hoogte met de bladsteel vergroeid.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Rudolf van der Schaar - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bolvormige bloeiwijze bevat twintig tot veertig bloemen. De bloeiwijze (het hoofdje) is meer dan 1 cm groot en staat op een stevige, vrijwel rechte steel. De afzonderlijke bloemen staan op heel korte steeltjes. De citroengele kroonbladen zijn (-3)4-5(-6) mm lang. Na het uitbloeien worden ze strobruin. De vlag is breed, niet gevouwen over de hoofdnerf en heeft vele hoogteplooien (nerven en daardoor gestreept). De vlag is alleen aan de top naar binnen gekromd en duidelijk langer dan de andere kroonbladen. De tien meeldraden zijn vergroeid met elkaar en het vruchtbeginsel is bovenstandig met een stijl en stempel.


Willie Riemsma - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden: Een doosvrucht. De peulen zijn eivormig en bevatten meestal maar één zaadje. De stijl is duidelijk korter dan de rest van de vrucht. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Tweezaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Giancarlo Pasquali - cc by-nc-nd 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, droge tot iets vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, niet of weinig bemeste, neutrale tot meestal kalkhoudende grond (zand, leem, zavel en mergel).

Groeiplaatsen: Bermen, langs paden, zeeduinen, grasland (schraal grasland), rivierduinen (zandduintjes langs rivieren), dijken en afgravingen (kalk- en leemgroeven).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa, behalve in de meest noordelijke delen, Zuidwest-Azië en Noord-Afrika.

Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Vrij algemeen.

Wallonië: Inheems. Vrij algemeen.

©2001-2022 K.M. Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl