Klaas Dijkstra

Lancetvormige streepvaren
Asplenium obovatum subsp. lanceolatum


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Lancetvormige streepvaren of Asplenium obovatum subsp. lanceolatum is een soort uit de Streepvarenfamilie (Aspleniaceae).
  • Het is een overblijvend, 10-30 cm hoog varentje.
  • De bladsteel is half zo lang of even lang als de bladschijf.
  • De in bundels geplaatste bladeren zijn wintergroen. Deelblaadjes met smalle, puntige tanden en scherpe, duidelijke insnijdingen.
  • De 1-2 mm lange sporenhoopjes zijn streepvormig en zie je op de onderkant van het blad.
  • Lancetbladige streepvaren groeit op beschaduwde plaatsen op kalkarme, stenige grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. rotsen, stenige bermen en oude muren.
  • Lancetbladige streepvaren komt voornamelijk voor in West- en Zuid-Europa.
  • In Nederland is dit varentje zeer zeldzaam ingeburgerd. Niet in België.

Uitgebreide beschrijving

Frysk

English Lanceolate Spleenwort

Français Asplénium à feuilles obovales

Deutsch Lanzett-Streifenfarn (Lanzettblättriger Streifenfarn)

Synoniemen Asplenium foresiense

Familie Aspleniaceae (Streepvarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Asplenium is afgeleid van Oudgrieks asplenon (miltkruid). Obovatum komt uit het Latijn en betekent eirond.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Hemikryptofyt.

Rijpe sporen ?

Afmeting 10-30 cm.


© Valentijn ten Hoopen - verspreidingsatlas


Jeroen Hoek - cc by-nc-nd 4.0


Michiel van Vliet - waarneming.nl


Michiel van Vliet - waarneming.nl

Wortels


- cc by-nc 4.0


- cc by-nc 4.0


- cc0-1.0


- cc by 4.0

Stengels De donkere bladsteel is half zo lang of even lang als de bladschijf. Deze is aan de basis geschubd.


Johan N - cc by-sa 3.0


Michiel van Vliet - waarneming.nl


Valentijn ten Hoopen - waarneming.nl


alexandrejusto - cc by-nc 4.0

Bladeren De in bundels geplaatste bladeren zijn wintergroen. De deelblaadjes hebben smalle, puntige tanden en scherpe, duidelijke insnijdingen. De leerachtige, lichtgroene bladschijf is lancetvormig tot ovaal. Het tot 5 cm lange blad is tweemaal geveerd, met gave tot diep gedeelde deelblaadjes, die tot tot 5 cm lang worden. De bladslipjes zijn wigvormig aan de voet en rond aan de top, zonder of met enkele korte tanden. Het onderste, naar de top van het blad gerichte bladslipje van elke vertakking is groter dan de andere en gelobd.


© Valentijn ten Hoopen - verspreidingsatlas


Valentijn ten Hoopen - cc by-nc-sa 4.0


Emanuele - cc by-sa 4.0


© Valentijn ten Hoopen - verspreidingsatlas

Sporen Sporen op de onderkant van het blad. De 1-2 mm lange sporenhoopjes zijn streepvormig. Je vindt ze tussen de bladrand en de nerf van de bladslipjes. Ze zijn bedekt met een wit dekvliesje dat aan één kant is vastgehecht. Uiteindelijk kan de hele onderkant van het blad bedekt worden met sporendoosjes.


© Valentijn ten Hoopen - verspreidingsatlas


Sylvain Piry - cc by-nc 4.0


Aurélien Bour - cc by-nc 4.0


Aurélien Bour - cc by-nc 4.0

Biotoop

Bodem Beschaduwde plaatsen op kalkarme (kalkmijdend), stenige grond.

Groeiplaatsen Rotsen, stenige bermen en oude muren. Meestal in de nabijheid van de kust.

Verspreiding

Wereld Voornamelijk in West- en Zuid-Europa.

Nederland Ingeburgerd na 2000. Zeer zeldzaam. Alleen aangetroffen in Amsterdam.

België Niet in België.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0