Klaas Dijkstra

Kroontjeskruid
Euphorbia helioscopia


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Kroontjeskruid of Euphorbia helioscopia is een soort uit de Wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).
  • Het is een eenjarige, 5-50 cm hoge plant.
  • Een penwortel.
  • Ronde, meestal rechtopstaande stengels .
  • De kale, 2-4 cm grote, verspreidstaande bladen zijn geelachtig groen, spatelvormig of omgekeerd-eirond en boven het midden het breedst.
  • Kroontjeskruid bloeit van mei t/m november.
  • Een bloeiwijze met meestal vijf schermstralen, die samen op een kroontje lijken.
  • Driedelige, 2½-3½ mm lange, gladde doosvruchten zonder wratjes.
  • Kroontjeskruid groeit op zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselrijke, omgewoelde grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. omgewerkte en braakliggende grond, gronddepots, tuinen, moestuinen, hakvruchtakkers, wijngaarden en open plekken in bermen en op dijken.
  • Kroontjeskruid komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa.
  • In Nederland en België is deze archeofyt algemeen.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Duveldrek

English Sun Spurge

Français Euphorbe réveille-matin

Deutsch Sonnenwolfsmilch

Synoniemen

Familie Euphorbiaceae (Wolfsmelkfamilie)

Naamgeving (Etymologie) De naam wolfsmelk heeft te maken met het giftige melksap dat vrijkomt als de stengels doorbreekt. Het sap heeft een bijtend en branderig (met name voor huid en ogen) effect en de 'wolf' (in de betekenis van de duivel) werd gezien als de veroorzaker.
Er zijn twee verklaringen van de wetenschappelijke naam Euphorbia.
1. Euphorbia is genoemd naar Euphorbios, de Griekse lijfarts van koning Juba de Tweede van Mauretanië. Hij gebruikte planten van het geslacht Euphorbia als geneeskruid.
2. Euphorbia komt van eu (goed) en pherboo (voeden), omdat het melksap werd gebruikt ter genezing van teringlijders.
Helioscopia betekent naar de zon kijkend.

Levensduur Eenjarig.

Plantvorm Therofyt.

Hoofdbloei Mei t/m november.

Afmeting 5-50 cm.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


MP Zhou - cc by-nc 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Wortels Een penwortel.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels De ronde, meestal rechtopstaande stengels kunnen min of meer kaal of behaard zijn.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bladeren Giftig. De kale, 2-4 cm grote, verspreidstaande bladen zijn geelachtig groen, spatelvormig of omgekeerd-eirond en boven het midden het breedst. Ze zijn wigvormig in de steel versmald en zijn zittend of hebben een kort steel. Ze hebben een stompe top. Naar de top zijn ze fijn getand. De randklieren zonder hoorntjes. Onder de bloeiwijze staat een aantal bladen vrijwel kransgewijs. Er zijn geen steunblaadjes.


© Grada Menting - verspreidingsatlas


Sphl - cc by-sa 3.0


Sam Droege - Public Domain


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bloemen Eenslachtig. Eenhuizig. De schutblaadjes zijn gelijk aan de stengelbladen. De bloeiwijze bestaat meestal uit vijf schermstralen, die samen op een kroontje lijken. In de oksel van deze vijf takken staat meestal een enkele deelbloeiwijze. De vier honingklieren op de rand van de schijnbloemen zijn eivormig met afgeronde uiteinden, maar als ze iets gebogen zijn, dan staan ze met de holle kant naar binnen. Het driehokkig vruchtbeginsel is bovenstandig met drie stijlen. Er zijn eveneens drie meeldraden.


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas


© Willem Braam - verspreidingsatlas


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden De driedelige doosvruchten zijn 2½-3½ mm lang. Ze zijn glad en zonder wratjes. De zaden zijn bruin met groefjes. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


AnRo0002 - cc0


AnRo0002 - cc0


Giuseppe Sardi en Riccardo Luciano - cc by-nc-nd 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op vochtige, voedselrijke, omgewoelde grond (het meest op leem en klei).

Groeiplaatsen Omgewerkte grond, gronddepots, tuinen, moestuinen, hakvruchtakkers, wijngaarden, braakliggende grond, plantsoenen en open plekken in bermen en op dijken.

Verspreiding

Wereld Oorspronkelijk uit Zuid-Europa.

Nederland Archeofyt. Algemeen.

België Archeofyt. Algemeen.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0