Klaas Dijkstra

Kompassla
Lactuca serriola


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Kompassla of Lactuca serriola is een soort uit de Composietenfamilie (Asteraceae).
  • Het is een een- of tweejarige, meestal 60-120 cm hoge plant.
  • De penwortel kan meer dan 1 meter lang worden.
  • De stijf rechtopstaande stengels met wit melksap zijn gestekeld. Ze zijn boven in de bloeiwijze vertakt.
  • Deiets leerachtige, langwerpig-eironde bladen zijn vaak een kwartslag gedraaid. Ze zijn veerlobbig of niet gedeeld. De rand en de middennerf zijn aan de onderkant stekelig.
  • Kompassla bloeit van juli t/m november.
  • Lichtgele, 1,1-1,3 cm grote bloemhoofdjes met alleen lintbloemen in een smalle of pyramidevormige pluim.
  • Zaden met vruchtpluis.
  • Kompassla groeit op zonnige, open plaatsen op vochthoudende, voedselrijke, vaak kalkrijke, omgewerkte grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. omgewerkte plaatsen in bermen en dijken, braakliggende en opgespoten grond, duinen, poorwegterreinen, tussen straatstenen, aan de voet van muren, zand- en kleigroeven, industrie- en haventerreinen, ruderale plaatsen, ruigten en basaltglooiingen.
  • Kompassla komt vermoedelijk oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië en Zuidoost-Europa.
  • In Nederland en België is het een algemene archeofyt.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Kompasslaad

English Prickly Lettuce

Français Laitue scariole

Deutsch Kompaß-Lattich

Synoniemen Lactuca scariola

Familie Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Lactuca komt van lac (melk) en duco (voeren), naar het melksap, dat de planten bevatten. Serriola betekent zaagje.

Levensduur Eenjarig of tweejarig .

Plantvorm Therofyt of hemikryptofyt.

Hoofdbloei Juli t/m november.

Afmeting 60-120 cm, maar soms tot 200 cm.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


© Willem Braam - verspreidingsatlas


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

Wortels De penwortel kan meer dan 1 meter lang worden.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels De soms paars aangelopen, stijf rechtopstaande stengels zijn gestekeld (ongeveer 2 mm lange, stevige stekels), niet behaard en zien er vaak iets wittig uit. De middennerf is (vaak) bleekgroen. Ze zijn boven in de bloeiwijze vertakt. Stengels met wit melksap, dat na korte tijd gelig verkleurt.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas


UuMUfQ - cc by-sa 3.0

Bladeren De blauwachtig groene bladen zijn iets leerachtig en vaak een kwartslag gedraaid (de bovenste helft vertikaal staand). Ze zijn langwerpig-eirond en veerlobbig (veerspletig) of niet gedeeld. De rand en de middennerf zijn aan de onderkant stekelig (ruim 2 mm). De verspreidstaande bovenste, meestal langwerpige bladen staan verticaal. Ze zijn gelobd en stengelomvattend.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Danny S. - cc by-sa 3.0

Bloemen Tweeslachtig. Lichtgele, 1,1-1,3 cm grote bloemhoofdjes met alleen lintbloemen in een smalle of pyramidevormige pluim. Het vruchtbeginsel is onderstandig met een stijlen twee stempels.


Adrie van Heerden - verspreidingsatlas


© Willem Braam - verspreidingsatlas


Bert Verbruggen - verspreidingsatlas


Bert Verbruggen - verspreidingsatlas

Vruchten en zaden Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn eerst witachtig, maar worden bruin als ze rijp zijn. Vaak zijn ze gevlekt en ongeveer 1 mm breed en 3 mm lang (zonder snavel en pappus). Aan de top zijn ze kort borstelharig en ze hebben een ongeveer even lange snavel. Met vruchtpluis. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Bert Verbruggen - verspreidingsatlas


Stan Shebs - cc by-sa 3.0


Philmarin - cc by-sa 3.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak kalkhoudende of kalkrijke, omgewerkte grond (zand, klei, mergel en stenige grond).

Groeiplaatsen Omgewerkte plaatsen in bermen, braakliggende grond, opgespoten grond, duinen, spoorbermen, spoorwegterreinen, tussen straatstenen, aan de voet van muren, zand- en kleigroeven, industrie- en haventerreinen, ruderale plaatsen, plantsoenen, verstoorde plaatsen op dijken, kalkrijke ruigten, ruigten in hoge delen van uiterwaarden (o.a. bij steenfabrieken), rivieroevers en basaltglooiingen.

Verspreiding

Wereld Vermoedelijk komt Kompassla oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië en Zuidoost-Europa (een steppeplant).

Nederland Archeofyt. Algemeen.

België Archeofyt. Algemeen.

Wetenswaardigheden

Kompassla is nauw verwant aan de bladgroente Sla. Behalve in hun blad verschillen beide in de vorm van de pluim, die bij Sla het uiterlijk van een tuil heeft, dus van boven afgeplat is. Voorts heeft Sla talrijke, opvallend gekromde, breed hartvormig-eironde schutbladen aan de pluimtakken.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0