Knikkende distel - Carduus nutans

Frysk: Hingjende doarnstikel

English: Nodding Thistle

Français: Chardon penché

Deutsch: Nickende Distel

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Carduus komt uit het Latijn en betekent Wilde distel of Artisjok. Nutans betekent overhangend of knikkend.

Kruising: De bastaard van Kruldistel en Knikkende distel (Carduus x stangii) staat in kenmerken tussen beide oudersoorten in en groeit op plekken waar ze samen voorkomen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: (Juni-)juli en augustus(-september).

Afmeting: 30-200 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn onderaan gevleugeld met stekelige lijsten. De stengels zijn wit spinnewebachtig behaard en kunnen al of niet vertakt zijn. Het stengeldeel net onder het bloemhoofdje is niet stekelig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Michael Apel - cc by-sa 3.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Bladeren: De rozetbladen zijn langwerpig, gekroesd, diep veerspletig en van boven kaal. De slippen zijn stekelige getand, op de uitstekende nerven. aan de onderkant viltig, glanzend donkergroen. Ze lopen als brede, stekelige vleugels langs de steel af. De verspreidstaande, smalle, langwerpige stengelbladen zijn enigszins glanzend.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Matt Lavin - cc by-sa 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De geknikte bloemen staan afzonderlijk (zelden met enkele bij elkaar) op niet-stekelige, tamelijk ongevleugelde stelen. De bloemhoofdjes zijn 2-8 cm breed en helder roodpaars. De stekelpuntige omwindselbladen zijn aan de voet voet breed, boven de voet iets ingesnoerd enstaan wijd uit of zijn iets teruggeslagen (naar buiten gebogen). De binnenste zijn vaak paars aangelopen en de buitenste sterk teruggekromd. De bloemen verspreiden een zwakke geur.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het vruchtpluis bestaat uit enkelvoudige, ruwe haren. Tweezaadlobbig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Rosa-Maria Rinkl - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge, zelden matig vochtige, matig voedselarm tot matig voedselrijke, kalkrijke, humusarme, vaak omgewerkte grond (zand, klei, zavel, mergel of stenige grond).

Groeiplaatsen: Grasland (weiland en laag blijvend grasland), bermen, grazige kanaal- en rivierdijken, zeeduinen (duingrasland), ruigten (kalkrijke ruigten), industrieterreinen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), ruderale plaatsen, braakliggende grond en hellingen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit West- en Midden-Azië, Noordwest-Afrika en Europa  (behalve in het hoge noorden).

Nederland: Inheems. Vrij algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Vrij algemeen.

Wallonië: Inheems. Vrij algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl