Klaas Dijkstra

Kluwenhoornbloem
Cerastium glomeratum


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Kevin Thiele - cc by 2.0

In het kort.

  • Kluwenhoornbloem of Cerastium glomeratum is een soort uit de Anjerfamilie (Caryophyllaceae).
  • Het is een eenjarige, 5-45 cm hoge plant.
  • De rechtopstaande, geribde en geelgroene stengels zijn zacht behaard en bovenaan kleverig door klierharen.
  • Tegenoverstaande, eironde, behaarde blaadjes met een gave bladrand.
  • Kluwenhoornbloem bloeit meestal van april t/m juni.
  • Een gedrongen, dichte bloeiwijze, die later losser wordt, met witte, 5-8 mm grote bloemen die meestal niet helemaal open gaan.
  • Een nog geen 1 cm lange doosvrucht.
  • Kluwenhoornbloem groeit op zonnige, soms licht beschaduwde, open plaatsen op vochthoudende, voedselrijke, omgewerkte, losse, humeuze, kalkarme grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. open plekken in grasland, bermen, dijken, braakliggende grond, muren, plantsoenen, bloemperken, kwekerijen, ruigten, moestuinen en akkers.
  • Kluwenhoornbloem komt overwegend voor in gematigde streken.
  • In Nederland en België is het een (vrij) algemene inheemse soort.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Giele spoarblom

English Sticky Mouse-ear Chickweed (Clammy Chickweed)

Français Céraiste agglomeré

Deutsch Knäuelblütiges Hornkraut

Synoniemen

Familie Caryophyllaceae (Anjerfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Cerastium komt van het Griekse ceras (hoorn), vanwege de als een hoorn uit de kelk stekende vrucht. Glomeratum betekent opeengehoopt of met kluwens.

Levensduur Eenjarig.

Plantvorm Therofyt.

Hoofdbloei April t/m juni, maar soms januari t/m oktober.

Afmeting 5-45 cm.

zaailing

Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


Adrie van Heerden - verspreidingsatlas

© Willem Braam - verspreidingsatlas


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


Harry Rose - cc by 2.0

Wortels


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Forest en Kim Starr - cc by 3.0


Forest en Kim Starr - cc by 3.0

Stengels De rechtopstaande, geribde en geelgroene stengels zijn zacht behaard en bovenaan kleverig door klierharen.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas

© Frank van Gessele - verspreidingsatlas


Harry Rose - cc by 2.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

Bladeren De tegenoverstaande, eironde blaadjes zijn behaard, geelgroen en vaak iets hol. De bladrand is gaaf.


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0

Bloemen Tweeslachtig. De schutbladen zijn bladachtig, behaard (vooral aan de top is de beharing afstaand). De bloemstelen zijn erg kort. Een gedrongen, dichte bloeiwijze (kluwen), die later losser wordt, bovenaan de stengels. De witte, 5-8 mm grote bloemen gaan meestal niet helemaal open. De vijf kroonbladen zijn ondiep uitgerand en even lang of net iets langer dan de kelk. De beharing komt buiten de rand van de vijf kelkbladen uit. De nagel van de kroonbladen is gwimperd. De helmdraden zijn kaal. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas


Hans Toetenel - cc by-nc-sa 3.0 nl


Fornax - cc by-sa 3.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden De doosvrucht wordt nog geen 1 cm lang. De stelen van de vruchten zijn even lang of iets korter dan de kelk. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Carole Ritchie - USDA-NRCS PLANTS Database


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, soms licht beschaduwde, open plaatsen op matig droge tot matig vochtige, voedselrijke, omgewerkte, losse, humeuze, kalkarme grond (alle grondsoorten op zand vaak een teken van een verdichte bodem).

Groeiplaatsen Open plekken in grasland, bermen, dijken, braakliggende grond, muren, plantsoenen, bloemperken, kwekerijen, ruigten, moestuinen en akkers.

Verspreiding

Wereld Overwegend in gematigde streken.

Nederland Inheems. Algemeen.

België Inheems. Algemeen.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0