Kleverig kruiskruid - Senecio viscosus

Frysk: Fetgat

English: Sticky Groundsel

Français: Séneçon visqueux

Deutsch: Klebriges Greiskraut

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam kruiskruid is misschien ontstaan door de kruisgewijs staande bladen, maar meer waarschijnlijk is dat het een verbastering is van de Duitse naam Greiskraut. Senecio komt van senex (grijsaard), om het spoedig zichtbaar wordende vruchtpluis. Viscosus betekent kleverig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m november.

Afmeting: 15-45 cm.


© Bert Verbruggen - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Wortels


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels: Een onaangenaam ruikende plant. De stengels zijn vaak wat heen en weer gebogen en meestal alleen in de bovenste helft vertakt. Ze zijn grijsgroen en dicht met klierharen begroeid, waardoor ze kleverig zijn. De klierharen worden tot ongeveer ¼ mm lang.


© Rudolf van der Schaar - verspreidingsatlas.nl


Teun Spaans - Public Domain


Joan Simon - cc by-sa 2.0


Joan Simon - cc by-sa 2.0

Bladeren: De verspreidstaande, grijsachtig groene bladen zijn langwerpig, veerdelig en spinnenwebachtig behaard. De onderste bladen zijn min of meer gesteeld en de middelste en bovenste zijn naar de voet versmald en zonder of met kleine halfstengelomvattende oortjes.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

© Bert Verbruggen - verspreidingsatlas.nl


Teun Spaans - Public Domain


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Bloemen: Polygaam. De bloemen vormen samen vrij losse tuilen met meestal maar vrij weinig bloemhoofdjes. De hoofdjes zijn 0,8-1,2 cm. De gemiddeld dertien lintbladen zijn geel, kort en omgerold (soms ook niet). Ook de buisbloemen zijn geel. Het omwindsel is ongeveer twee keer zo hoog als breed, de blaadjes zijn groen zonder een zwarte top. De omwindselblaadjes van de buitenste krans (hoogstens vijf) zijn laag ingeplant, vaak op de hoofdjessteel. De buitenomwindselbladen zijn half zo lang als de binnenomwindselbladen en klierachtig behaard.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

© Bert Verbruggen - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Rudolf van der Schaar - verspreidingsatlas.nl

Vruchten en zaden: De 3-4 mm lange nootjes zijn kaal of hebben alleen tussen de ribben één rij korte haartjes. Het vruchtpluis is wit. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Bert Verbruggen - verspreidingsatlas.nl


Udo Schmidt - cc by-sa 2.0


Teun Spaans - Public Domain


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Giftigheid: Giftig.

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen (pionier) op droge tot matig vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure tot vaak kalkhoudende grond (grof zand, grind en andere stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Langs spoorwegen (spoorbermen), omgewerkte grond, bermen (verstoorde plaatsen), wegkanten, braakliggende grond, haventerreinen, industrieterreinen, mijnterreinen, parkeerterreinen, ruderale plaatsen, ruigten (voedselrijke ruigten), tussen straatstenen, rolsteenhellingen, puinhopen, bossen (stenige, open plekken in hellingbossen), kapvlakten, afgravingen (zandgroeven en grindgroeven), waterkanten (zandstrandjes langs grote rivieren) en zeeduinen (duinstruweel en kiezelstranden).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië en Europa.

Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Vrij algemeen.

Wallonië: Inheems. Vrij algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl