Klaas Dijkstra

Klein vogelpootje
Ornithopus perpusillus


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Klein vogelpootje of Ornithopus perpusillus is een soort uit de Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae).
  • Het is een meestal eenjarige, 5-30 cm hoge plant.
  • De dofgroene, dunne stengels zijn zacht behaard en liggen vaak in een kring uitgespreid op de grond.
  • Een rozet van 2-7 mm lange bladen. Ze zijn oneven geveerd met mmestal zeven tot twaalf paar rondachtige, elliptische of langwerpige deelblaadjes
  • Klein vogelpootje bloeit van mei t/m juli.
  • Een schermvormige bloeiwijze met drie tot acht kleine, rozewitte bloemen.
  • De lichtbruine, meestal gekromde peulen zijn 1-1,8 cm. Vaak staan ze met drie bij elkaar.
  • Klein vogelpootje groeit op zonnige, open plaatsen op droge, voedselarme, kalkarme grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. laagblijvend grasland, beweide zandheuveltjes, gazons, omgewerkte bermen, akkers, braakliggende grond, spoorwegterreinen, langs greppels en binnenduinweiland.
  • Klein vogelpootje komt oorspronkelijk uit West- en Midden-Europa en enige eilanden in de Atlantische Oceaan.
  • In Nederland en België is dit inheemse plantje (vrij) algemeen.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Fûgelteantsjes

English Bird's-foot

Français Pied d'oiseau délicat

Deutsch Kleiner Vogelfuß

Synoniemen

Familie Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Ornithopus komt van het Griekse ornithos (van de vogel) en pous (poot). Dit slaat op de stand van de peultjes. Perpusillus betekent zeer klein.

Een andere soort-Serradelle (Ornithopus sativus) lijkt veel op Vogelpootje, maar heeft een forsere en meer rechtopstaande groei. Deze plant heeft grotere bloemen dan Vogelpootje (meer dan een halve centimeter lang) en het schutblad onder de bloeiwijze is korter dan de bloemen. De soort werd vroeger en soms ook nu nog op de zandgronden als veevoedergewas gekweekt.

Levensduur Eenjarig, zelden overblijvend.

Plantvorm Therofyt.

Hoofdbloei Mei t/m juli.

Afmeting 5-30 cm.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Adrie van Heerden - verspreidingsatlas


Rasbak - cc by-sa 3.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels De dofgroene, dunne stengels zijn zacht behaard. Ze liggen vaak in een kring uitgespreid op de grond of zijn iets opstijgend.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


AnRo0002 - cc0

Bladeren De 2-7 mm lange bladen vormen rozet. Ze zijn oneven geveerd met zeven tot twaalf (dertien) paar, rondachtige, elliptische tot langwerpige deelblaadjes. De steunblaadjes zijn driehoekig-priemvormig en hebben een klierachtige top.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bloemen Tweeslachtig. De stelen van de bloeiwijze zijn korter tot weinig langer dan het blad. De bloeiwijze is schermvormig naar één kant en bevat drie tot acht kleine bloemen en een schutblad met vijf tot negen blaadjes, dat langer is dan de bloemen. De kroonbladen zijn 3-5 mm lang. De rozewitte vlag heeft een honingmerk van paarsrrode lijnen. De kiel is geel. De kelkbuis is drie tot vier keer zo lang als de kelktanden.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


Adrie van Heerden - verspreidingsatlas


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 3.0

Vruchten en zaden Een doosvrucht. De lichtbruine, meestal gekromde peulen zijn 1-1,8 cm. Vaak staan ze met drie bij elkaar. Ze bevatten meerdere zaden. Tussen de zaden zijn de peulen ingesnoerd en lijken zo een beetje op een vogelpootje. De vruchten zijn aan de top kort toegespitst (1-2 mm). De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). kiemplantje met twee blaadjes. Tweezaadlobbig.


Rasbak - cc by-sa 3.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas


Bert Verbruggen - verspreidingsatlas


Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 3.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, open plaatsen op droge, voedselarme, zwak zure, kalkarme, grazige grond.

Groeiplaatsen Laagblijvend grasland, onbemeste beweide zandheuveltjes, niet bemeste gazons, omgewerkte plaatsen in bermen, akkers, braakliggende grond, zandgroeven, spoorwegterreinen, langs greppels en binnenduinweiland.

Verspreiding

Wereld Oorspronkelijk uit West- en Midden-Europa en op enige eilanden in de Atlantische Oceaan.

Nederland Inheems. Algemeen.

België Inheems. Algemeen.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0