Kleine schorseneer - Scorzonera humilis

Frysk: Lytse skânzenear

English: Viper's-grass

Français: Scorsonère peu élevé

Deutsch: Niedrige Schwarzwurzel

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Scorzonera is afgeleid van de Spaanse naam escorzonera, dat weer is afgeleid van escorzon of escuerzo (een giftige slang of hagedis), omdat de wortel als geneeskrachtig tegen een beet werd beschouwd. Het zou echter ook kunnen afstammen van het Italiaanse scorza nera (zwarte schors), vanwege de wortel. Humilis betekent laag of kort van gestalte.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 5-50 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Jmp48 - cc by-sa 3.0

Wortels: Een raapvormige wortelstok.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels: De holle stengels zijn niet vertakt en dragen één bloemhoofdje. Eerst zijn ze wollig behaard, later worden ze vrijwel kaal. Ze bevatten veel melksap.


© Bert Blok - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

© Bert Blok - verspreidingsatlas.nl


Atriplexmedia - cc by-sa 3.0

Bladeren: De wortelbladen zijn lijnvormig tot langwerpig en met een gave rand. Naar de top zijn ze toegespitst en naar de voet steelachtig versmald. De stengelbladen ontbreken of zijn schubvormig (zeer smal en bleek).


© Annie Vos - verspreidingsatlas.nl


Emmanuel Stratmains - cc by-sa 2.0 fr


Emmanuel Stratmains - cc by-sa 2.0 fr


Emmanuel Stratmains - cc by-sa 2.0 fr

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes staan aan het eind van de bloemstengel. Het zijn er één tot drie per plant. De hoofdjes worden 2½-4 cm groot en knikken voordat ze gaan bloeien. De lintbloemen zijn lichtgeel of soms witachtig. De buitenste lintbloemen zijn veel langer dan het omwindsel. De omwindselbladen zijn stomp. Het omwindsel is lang-urnvormig, ongeveer 2 cm hoog en 1 cm breed en kaal of iets spinnenwebachtig behaard. Het omwindsel is half zo lang als de buitenste lintbloemen. De bloemhoofdjesbodem is iets hol en heeft geen stroschubben.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Bert Blok - verspreidingsatlas.nl

Vruchten en zaden: De nootjes zijn glad, gegroefd en tot bijna 1 cm lang. De randstandige nootjes zijn gelijk aan de binnenste nootjes. Het vruchtpluis bestaat uit geveerde, bruinwitte haren. Tweezaadlobbig.


Emmanuel Stratmains - cc by-sa 2.0 fr


Emmanuel Stratmains - cc by-sa 2.0 fr


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde plaatsen op droge, voedselarme, zwak zure grond, maar elders ook op vochtige tot vrij natte met soms een kalkrijke ondergrond. Zowel op ongestoorde als op omgewerkte heidegrond (meestal leemhoudend zand).

Groeiplaatsen: Heide (droge, venige heide), grasland (weinig of niet bemest grasland, schraal grasland, venig grasland, hooiland, blauwgrasland) en bossen (dennenbossen en open bossen met een grazige ondergroei).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa.

Nederland: Inheems. Zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Zeer zeldzaam.

Wallonië: Inheems. Zeldzaam.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl