Klaas Dijkstra

Kleine ruit
Thalictrum minus


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Kleine ruit of Thalictrum minus is een soort uit de Ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
  • Het is een overblijvende, 30-120 cm hoge plant.
  • Een wortelstok.
  • Rechtopstaande, kale, geribde en vertakte stengels.
  • Drie of vier keer in drieën gevorkte bladen met kleine eironde drielobbige slippen en een duidelijke bladsteel.
  • Kleine ruit bloeit in juni en juli.
  • Grote, wijd vertakte, losse pluimen met gelige, voorover hangende bloemen.
  • Rechtopstaande, uiteenwijkende en zwak geribde vruchten.
  • Kleine ruit groeit op zonnige of meestal licht beschaduwde plaatsen op droge, humushoudende, vrij voedselarme, kalkhoudende grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. duinhellingen, binnenduinbossen, duingrasland, rivierduinen, rivierdijken, rotsachtige plaatsen, bosranden en heggen.
  • Kleine ruit komt het meest voor in gematigde en koele streken in Europa, Azië en Afrika.
  • In Nederland en België is het een zeldzame inheemse soort.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Lytse rút

English Lesser Meadow-rue

Français Petit pigamon

Deutsch Kleine Wiesenraute

Synoniemen

Familie Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Thalictrum is waarschijnlijk afgeleid van het Grieks thallein (groen worden) en ictar (snel), naar de snelle groei van de soorten. Minus betekent kleiner.

Opmerking Een variabele soort, die vaak wordt verdeeld in ondersoorten.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Hemikryptofyt.

Hoofdbloei Juni en juli.

Afmeting 30-120 cm.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Wortels Een wortelstok.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels De blauwgroene stengels staan rechtop en zijn kaal, geribd en vertakt.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bladeren De bladen zijn in omtrek even lang als breed. Ze zijn drie of vier keer in drieën gevorkt met kleine eironde drielobbige slippen, een duidelijke bladsteel en een wijde (niet steunbladachtige) bladschede.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bloemen Tweeslachtig. De gelige bloemen hangen voorover. Ze vormen grote, wijd vertakte, losse pluimen (de bloemen staan in verhouding vrij ver uit elkaar). De vier zeer smalle bloemdekbladen zijn groenachtig. Ook de meeldraden hangen.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchten staan rechtop. De rijpe vruchten wijken uiteen, zijn niet gesteeld en zwak geribd. Ze bevatten drie tot vijftien nootjes. Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige of meestal licht beschaduwde plaatsen op droge, humushoudende, vrij voedselarme, zwak zure of meestal basische, kalkhoudende grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen Duinhellingen, binnenduinbossen, duinstruwelen, duingrasland, duinvalleien, rivierduinen, rivierdijken, rotsachtige plaatsen, soms langs beekoevers, lichte bossen, bosranden en kalkrijke heggen.

Verspreiding

Wereld Gematigde en koele streken in Europa, Azië en Afrika.

Nederland Inheems. Zeldzaam.

België Inheems. Zeldzaam.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0