Klaas Dijkstra

Kleine leeuwenklauw
Aphanes australis


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Kleine leeuwenklauw of Aphanes australis is een soort uit de Rozenfamilie (Rosaceae).
  • Het is een eenjarig, 2-15 cm klein plantje.
  • De stengels zijn opstijgend of liggen min of meer stervormig uitgespreid.
  • In omtrek ruitvormige, tot 0,5 cm lange en diep gespleten bladen.
  • Kleine leeuwenklauw bloeit van mei t/m november.
  • Een okselstandige, zittende bloeiwijze zeer kleine (1-1,8 mm) bloemen.
  • Het geelachtige nootje is 0,8-1,2 mm lang.
  • Kleine leeuwenklauw groeit op zonnige, open plaatsen op droge, zwak zure, goed gedraineerde grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. roggeakkers, bosranden, gazons, laagblijvend grasland, begraafplaatsen, binnenduinweiland, bermen, langs zandwegen en spoorwegterreinen.
  • Kleine leeuwenklauw komt oorspronkelijk uit Zuid- en West-Europa, een deel van Midden-Europa en Noordwest-Afrika.
  • In Nederland is dit inheemse plantje algemeen, in België vrij algemeen.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Lytse liuweprint

English Slender Parsley Piert

Français Aphane à petits fruits

Deutsch Kleinfrüchtiger Ackerfrauenmantel

Synoniemen Aphanes inexpectata, Aphanes microcarpa

Familie Rosaceae (Rozenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Aphanes betekent niet zichtbare of onaanzienlijk en australis is zuidelijk.

Levensduur Eenjarig.

Plantvorm Therofyt.

Hoofdbloei Mei t/m november.

Afmeting 2-15 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


© Edwin Dijkhuis - verspreidingsatlas


© Edwin Dijkhuis - verspreidingsatlas


© Willem Braam - verspreidingsatlas

Wortels


herbariaunited.org


midwestherbaria.org - cc by-nc 3.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


herbariaunited.org

Stengels De stengels zijn opstijgend of liggen min of meer stervormig uitgespreid.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


© Han Beeuwkes - verspreidingsatlas


© Willem Braam - verspreidingsatlas


Julien Barataud - cc by-sa 2.0 fr

Bladeren De bladen zijn heldergroen tot geelgroen, in omtrek ruitvormig, tot 0,5 cm lang en diep gespleten (handspletig). De slippen zijn ruim twee keer zo hoog als breed en met langwerpige tanden. De tanden van de middelste en bovenste steunblaadjes zijn (één-)twee tot vijf keer zo lang als breed.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Bloemen Tweeslachtig. De zittende bloeiwijze is okselstandig. De bloemen zijn zeer klein (1-1,8 mm) en komen niet buiten de steunblaadjes uit. De kelkbladen staan rechtop.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


Julien Barataud - cc by-sa 2.0 fr


Julien Barataud - cc by-sa 2.0 fr


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten en zaden Het geelachtige nootje is 0,8-1,2 mm lang. De vruchtkelken zijn korter dan 2 mm, met samenbuigende kelkslippen. Tweezaadlobbig.


Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, matig kalkarme, zwak zure, goed gedraineerde grond (zand en grind).

Groeiplaatsen Zandige akkers (met name roggeakkers), bosranden, gazons, vrij schraal laagblijvend grasland, weilandranden, begraafplaatsen, binnenduinweiland, bermen, langs zandwegen en spoorwegterreinen.

Verspreiding

Wereld Oorspronkelijk uit Zuid- en West-Europa, een deel van Midden-Europa en Noordwest-Afrika.

Nederland Inheems. Algemeen.

België Inheems. Algemeen.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0