Klaas Dijkstra

Karwijselie
Selinum carvifolia


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Karwijselie of Selinum carvifolia is een soort uit de Schermbloemenfamilie (Apiaceae).
  • Het is een overblijvende, 30-90 cm hoge plant.
  • Vrijwel niet behaarde, massieve, scherp geribde en vertakte stengels.
  • De onderste bladen zijn drievoudig geveerd, de bovenste tweevoudig geveerd.
  • Karwijselie bloeit in juli en augustus.
  • Tot 7 cm brede bloemschermen met vijftien tot vijfentwintig stralen en eerst lichtrode, later witte, 2 mm grote bloemen.
  • De 3-4 mm lange splitvruchten zijn langwerpig, ruggelings afgeplat en gevleugeld op de ribben.
  • Karwijselie groeit op zonnige of licht beschaduwde plaatsen op vochtige of natte, zwak zure grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. lichte bossen, bosranden aan de rand van beekdalen, schraal hooiland, langs beken en hellingen.
  • Karwijselie komt voor in gematigde streken in Europa en Midden- en West-Azië.
  • In Nederland is deze inheemse plant zeer zeldzaam, in België iets minder zeldzaam.

Uitgebreide beschrijving

Frysk

English Cambridge Milk-Parsley

Français Sélin à feuilles de cumin-des-prés

Deutsch Kümmel-Silge

Synoniemen

Familie Apiaceae (Schermbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie) Selinum komt van het Griekse selinon, een naam, die in de Oudheid voor verschillende schermbloemigen werd gebruikt. Carvifolia betekent karwijbladig.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Hemikryptofyt.

Hoofdbloei Juli en augustus.

Afmeting 30-90 cm.

zaailing

Krzysztof Ziarnek - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Fornax - cc by-sa 3.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Marco Banzato - cc by-nc-nd 4.0

Wortels


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels De vrijwel niet behaarde stengels zijn massief, gevleugeld-kantig (scherp geribd), vertakt en bebladerd.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Marie Portas - cc by-sa 2.0 fr

Bladeren De bladsteel is gevuld. De onderste bladen zijn drievoudig geveerd, de bovenste zijn tweevoudig geveerd. De deelblaadjes zijn in omtrek lijnvormig tot eirond. Ze zijn diep veerspletig, toegespitst en hebben een witte top die in een kort naaldje overgaat. De onderste zijassen aan de voet hebben geen bladslippen.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Marie Portas - cc by-sa 2.0 fr


Marie Portas - cc by-sa 2.0 fr

Bloemen Tweeslachtig. De bloemschermen worden tot 7 cm breed en bestaan uit vijftien tot vijfentwintig stralen. De bloemen zijn 2 mm groot. De kroonbladen zijn eerst lichtrood, maar later worden ze wit. De bloemknoppen zijn roodachtig. Er zijn nul tot twee omwindselbladen. Deze vallen spoedig af. Er zijn wel vele omwindselblaadjes.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Marie Portas - cc by-sa 2.0 fr

Vruchten en zaden De 3-4 mm lange splitvruchten zijn langwerpig, ruggelings afgeplat en gevleugeld op de ribben (de middelste ribben zijn smal gevleugeld, de zijdelingse breed gevleugeld). De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas


© Theo Muusse - verspreidingsatlas


Stefan Lefnaer - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige of licht beschaduwde plaatsen op matig voedselarme tot matig voedselrijke, vochtige of natte, zwak zure grond (leem, laagveen en schelpkalk).

Groeiplaatsen Lichte bossen, bosranden aan de rand van beekdalen, schraal hooiland, blauwgrasland, langs beken en hellingen.

Verspreiding

Wereld Gematigde streken in Europa en Midden- en West-Azië.

Nederland Inheems. Zeer zeldzaam.

België Inheems. Zeldzaam.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0