Kamferalant - Dittrichia graveolens

Frysk: Kaanferalant

English: Stink Aster

Français: Inule fétide

Deutsch: Klebriger Alant

Synoniemen: Inula graveolens, Stinkende alant

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Dittrichia is genoemd naar de Duitse botanicus Manfred Dittrich (1934), de voormalige directeur van het herbarium in de Botanische Tuin in Berlijn. Graveolens is sterk riekend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m november.

Afmeting: 20-50 cm.


Javier Martin - Public Domain


Javier Martin - Public Domain


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Jean-Luc Gorremans - cc by-sa 2.0 fr

Wortels


bisque.iplantcollaborative.org - cc by-nc 3.0


europeana.eu - cc by-nc-sa-3.0


europeana.eu - cc by-nc-sa-3.0


image.br.fgov.be - cc by-nc-nd 3.0

Stengels: De kleverig klierharige plant verspreidt bij kneuzing een sterke kamfergeur. De rechtopstaande stengels zijn sterk beklierd.


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Bladeren: De lancetvormige tot langwerpige bladen zijn gaaf of kort getand.


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Gertjan van Mill - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Liliane Roubaudi - cc by-sa 2.0 fr

Bloemen: De kleine hoofdjes vormen samen slanke pluimen. Elk hoofdje is 0,5-1(-1,2) cm breed. De lintbloemen worden tot 3 mm lang en zijn niet of weinig langer dan de omwindselbladen.


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Gertjan van Mill - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden: De nootjes zijn rolrond en de pappusharen zijn bij de voet samengegroeid. Tweezaadlobbig.


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegegatie) op (minstens periodiek) vochtige, voedselrijke, vaak iets stenige grond.

Groeiplaatsen: Industrieterreinen, haventerreinen, mijnsteenbergen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), bermen (middenbermen van autowegen) en braakliggende grond.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied en Zuid- en Midden-Europa (noordelijk tot in Midden-Frankrijk).

Nederland: Ingeburgerd tussen 1975 en 1999. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

Wallonië: Ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl